NTFR 2022/1082 - Controleur Belastingdienst beroept zich (voor eigen aanslag) zonder succes op vertrouwensbeginsel
ECLI:NL:OGEAM:2022:2, datum uitspraak 13-01-2022, publicatiedatum 17-01-2022
Aflevering 11, gepubliceerd op 17-03-2022 met annotatie van mr. N. van den HoekAan belanghebbende is een navorderingsaanslag IB opgelegd omdat bij de definitieve aanslag te veel ingehouden loonbelasting is verrekend. Niet in geschil is dat de ingehouden loonbelasting die vermeld staat op de navorderingsaanslag onjuist is en dat de navorderingsaanslag dient te worden verminderd. Het Gerecht in eerste aanleg van Sint Maarten (13 januari 2022, nr. SXM202100391) verwerpt het beroep van belanghebbende op het ontbreken van een nieuw feit omdat op grond van art. 13, lid 2, Algemene landsverordening Landsbelastingen (ALL) kan worden nagevorderd in alle gevallen waarin te weinig belasting is geheven doordat een voorlopige aanslag of een voorheffing tot een onjuist bedrag is verrekend. Dat geval doet zich hier voor. Het beroep van belanghebbende op het vertrouwensbeginsel wordt eveneens verworpen. De inspecteur heeft door zijn handelwijze de indruk kunnen wekken dat de aanslag is opgelegd nadat hij gegevens van de afdeling Lonen en Salaris had verkregen. De inspecteur had immers medegedeeld dat hij voor de aanslag van belang zijnde gegevens bij die afdeling zou opvragen. Naar het oordeel van het Gerecht had belanghebbende echter op grond van andere omstandigheden redelijkerwijs de onjuistheid van de aanslag moeten beseffen. Belanghebbende is gewezen op de vermoedelijke onjuistheid van de in de jaaropgaaf vermelde inhouding; hij had dus op zijn hoede moeten zijn. Belanghebbende beschikte over de loonslip van december 2015, waarin de inhouding van loonbelasting over het gehele jaar vermeld staat. Volgens die loonslip bedraagt de ingehouden loonbelasting NAf 30.640. De inspecteur heeft verwezen naar die loonslip en de daarop voorkomende bedragen en heeft ook gewezen op de salarisstroken waarop de juiste inhoudingen te lezen waren. Belanghebbende wist dus of kon in redelijkheid weten dat het bedrag van NAf 41.153 dat op de jaaropgaaf vermeld staat, onjuist moest zijn. Het Gerecht neemt daarbij in aanmerking dat belanghebbende van beroep controleur bij de Belastingdienst is, zodat hij als deskundig mag worden verondersteld op het gebied van (inhoudingen van) belastingen en in dit opzicht van de hoed en de rand weet.