NTFR 2023/42 - Geen belastingrente over periode waarin fiscus al over belastingbedrag beschikte
ECLI:NL:HR:2022:1918, datum uitspraak 23-12-2022, publicatiedatum 23-12-2022
Aflevering 1, gepubliceerd op 04-01-2023 met annotatie van drs. M.T.M. HenneveltBelanghebbende heeft voor 2015 een verlies uit werk en woning aangegeven. Op 25 augustus 2018 heeft de inspecteur dit verlies verrekend met het inkomen voor 2012, waardoor de aanslag IB/PVV 2012 is verminderd. Op 21 augustus 2018 heeft belanghebbende een nieuwe aangifte IB/PVV 2015 gedaan naar een positief inkomen. De inspecteur heeft dienovereenkomstig een navorderingsaanslag opgelegd en gelijktijdig een beschikking belastingrente van € 9.438, berekend over de periode van 1 juli 2013 tot en met 2 februari 2019. Hof Den Bosch (19 januari 2022, nr. 20/00453, NTFR 2022/797) heeft geoordeeld dat geen belastingrente in rekening kan worden gebracht over een periode waarin de Belastingdienst vanwege de betaling van de eerdere aanslag IB/PVV 2012 al over het belastingbedrag beschikte. De Hoge Raad onderschrijft dat oordeel onder verwijzing naar zijn arrest HR 18 november 2022, nr. 21/00170, NTFR 2022/3721. Dat wordt niet anders door het in art. 30fe lid 2 AWR neergelegde uitgangspunt dat geen belastingrente wordt vergoed bij vermindering van een (navorderings)aanslag door verrekening van een verlies van een volgend jaar. Uit die bepaling kan immers niet worden afgeleid dat de wetgever in de situatie waarin een dergelijke verliesverrekening wordt teruggenomen, wel heeft geaccepteerd dat belastingrente wordt berekend over een periode waarin de Belastingdienst vanwege de betaling van een eerdere (voorlopige) aanslag al beschikte over het desbetreffende te betalen belastingbedrag.