NTFR 2025/1054 - Gerechten zijn niet verplicht om te beslissen in overeenstemming met eigen richtlijn proceskosten WOZ-taxaties
ECLI:NL:HR:2025:661, datum uitspraak 13-06-2025, publicatiedatum 13-06-2025
Aflevering 26, gepubliceerd op 24-06-2025 met annotatie van mr. E.C.G. OkhuizenBelanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een WOZ-beschiking. Daarbij heeft belanghebbende een taxatierapport overgelegd. Het bezwaar is gegrond verklaard en de WOZ-waarde is verminderd. De heffingsambtenaar heeft geen vergoeding voor de kosten van het taxatierapport toegekend. De rechtbank kent alsnog een vergoeding toe van € 32,05, zijnde 0,5 uur maal het uurtarief van € 53 als bedoeld in de Richtlijn belastingkamers gerechtshoven inzake vergoeding van proceskosten bij WOZ-taxaties, vermeerderd met 21% omzetbelasting. In hoger beroep heeft de enkelvoudige kamer van het hof de vergoeding voor het taxatierapport vastgesteld op € 10,69, zijnde 1/6 uur (tien minuten) maal € 53, vermeerderd met omzetbelasting. Belanghebbende stelt daartegen cassatieberoep in. De Hoge Raad overweegt dat de richtlijn niet is aan te merken als recht in de zin van art. 79 Wet RO, omdat deze niet is vastgesteld door de gerechtsvergadering van het hof. De Hoge Raad kan daarom niet beoordelen of het hof de richtlijn heeft geschonden. De gerechten zijn er om die reden evenmin toe gehouden om op grond van algemene beginselen van behoorlijke rechtspleging in overeenstemming met de richtlijn te beslissen. Als de gerechten de richtlijn niet toepassen of wanneer zij daarvan afwijken, zijn zij er daarom ook niet toe gehouden te motiveren waarom zij dat doen.