TA 2013, afl. 4 - Art. – 194 In-house-activiteiten en samenwerking tussen overheden
Aflevering 4, gepubliceerd op 13-08-2013 geschreven door Mr. G. Verberne en Mr. drs. M.J. de MeijHet Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof) heeft in een tweetal recente arresten naar aanleiding van prejudiciële vragen uit Italië nadere criteria gegeven die van belang zijn bij het beoordelen van de vraag of bepaalde overeenkomsten tot opdracht uitgesloten zijn van de werking van de Europese Richtlijn 2004/18/eG (hierna: de richtlijn).Het betreft allereerst het arrest Econord SpA van 29 november 2012, gevoegde zaken C-182/11 en C-183/11 (hierna: arrest Econord), waarin de voorwaarden die gelden voor het verlenen van een (quasi-)in-houseopdracht aan de orde komen. Het tweede arrest is gewezen in de zaak Azienda sanitaria Locale di Lecce van 19 december 2012, zaak C-159/11 (hierna: arrest ASL Lecce), waarin het Hof nadere criteria voor opdrachten in het kader van publiek-publieke samenwerking formuleert.