TREMA 2005, afl. 5 - Zijn rechters zonder gedragscode nog wel te vertrouwen? (II)
Aflevering 5, gepubliceerd op 01-05-2005 geschreven door Vrieze, Mr. G.Korte inhoud van het voorafgaande en aankondiging van wat volgt: Bij een verkenning van verspreid in onze wet- en regelgeving neergelegde rechterlijke mores kwamen we uit bij het vertrouwen in de rechtspraak dat rechters zich waardig moeten tonen. Dat maatschappelijk vertrouwen fluctueert in de loop der tijd, zij het dat het verwijt van klassenjustitie ook in Nederland een constante factor lijkt. Op de lange termijn lijkt er trouwens wel sprake van een daling. Hoe zeer de cijfers ook wel eens lijken te wisselen met de vraagstelling – wat te denken moet geven, is het actief wantrouwen van diverse actievoerders, die daarvoor gehoor vinden bij de massamedia inclusief zogenaamde kwaliteitspers. Maatschappelijke betrokkenheid en nevenfuncties bezorgen rechters soms het verwijt van partijdigheid. De wens de schijn daarvan te vermijden leidde begin 2004 tot de Leidraad Onpartijdigheid, opgesteld onder verantwoordelijkheid van NVvR en presidentenvergadering. De Leidraad verwees al naar de eind 2002 tijdens een sessie in het Haagse Vredespaleis definitief tot Principles geëvolueerde Bangalore Principles of Judicial Conduct (BPJC). Die evolutie is beschreven in het kader van de geschiedenis van de totstandbrenging van deze BPJC onder leiding van de door de Commissie voor de mensenrechten van de Economische en Sociale Commissie van de UNO benoemde Speciale Rapporteur (SR). Deze tweede bijdrage vangt aan met een kort commentaar op die BPJC, signaleert de internationale aandrang om tot een nationale gedragscode voor rechters te komen en de wens van de Nederlandse wetgever om zo’n gedragscode voor alle niet-rechterlijke ambtenaren voor te schrijven. Na bespreking van de functies, pro’s en contra’s van zo’n gedragscode slaat de balans door naar de wenselijkheid van opstelling ervan voor alle al dan niet met rechtspraak belaste gerechtsambtenaren door NVvR en BARI, zo nodig in samenwerking met de presidentenvergadering. De slotconclusie luidt dat het niettemin per saldo aankomt op individuele verantwoordelijkheid en gezamenlijke ontwikkeling van rechterlijke deugden. Want als de maatschappij echt zou moeten kiezen, is ze beter af met deugende rechters zonder gedragscode dan ondeugende rechters met een code, hoe streng gehandhaafd ook.