TREMA 2007, afl. 8 - Rechtsvinding door de Hoge Raad; de breedte en/of de diepte in?
Aflevering 8, gepubliceerd op 01-10-2007 geschreven door Loth, M., Hollander, I. den, Schild, A., Wiegerink, R. en Schulten, E.Op 16 maart 2007 hield de Hoge Raad een interne conferentie over ‘Kwaliteit van de rechtspleging, met name in het licht van rechterlijke samenwerking’. Tijdens die conferentie kwamen intrigerende thema’s aan de orde. Rechterlijke samenwerking is intussen niet meer weg te denken uit de Rechtspraak, maar wat betekent dit fenomeen voor de Hoge Raad?1 In de lagere rechtspraak is de kwaliteitsbevordering voortvarend ter hand genomen, onder meer door middel van het kwaliteitssysteem RechtspraaQ. Zou de organisatie van de Hoge Raad gebaat kunnen zijn bij de invoering van een dergelijk kwaliteitssysteem? Rechterlijke samenwerking, rechtersregelingen en kwaliteitssystemen zijn eigentijdse manieren om de rechtseenheid te bevorderen. Tegen deze achtergrond kwam het idee op om een workshop voor te bereiden die niet aan deze thema’s is gewijd, maar aan de meest traditionele vorm om rechtseenheid te dienen, namelijk door middel van de uitspraken van de Hoge Raad zelf. Het thema van de rechtseenheid wordt dan benaderd vanuit het perspectief van de rechtsvinding. Hoe draagt de Hoge Raad in zijn beslissingen en motiveringen zelf bij aan rechtseenheid? En welke keuzen en beslissingen liggen daaraan ten grondslag? Deze vragen leidden tot een boeiende discussie over de eigen jurisprudentie. In dit artikel wordt de context van die discussie geschetst.