WPNR 2006, afl. 6672 - Boedelnotaris en/of 'betrokken' notariële executeur?
Aflevering 6672, gepubliceerd op 08-07-2006 geschreven door Mr. B.M.E.M. ScholsTerwijl ik de eerste woorden van dit opstel over ‘(boedel)notaris versus executeur’ en de notaris als executeur aan mijn ‘laptop’ toevertrouw, valt de herziene zevende druk van de Duitse notariële klassieker ‘Vermeidbare Fehler im Notariat’ van de hand van Helmut WeingärtnerCarl Heymanns Verlag, Köln, Berlin, München (2005), p. 52. op de deurmat. Toeval bestaat niet. De inhoudsopgave verraadt meteen dat in het hoofdstuk ‘Mitwirkungsverbote’ een aparte paragraaf gewijd is aan de: ‘Bestellung des Notars oder seines Sozius zum Testamentsvollstrecker.’ De notariële Oosterburen willen er niet echt aan, aan de notaris als executeur, zo lijkt het. Onafhankelijkheid is immers een groot goed: ‘Dieser Gedanke überwiege auch bei den Fällen, in denen der beurkundende Notar als Vertrauter des Testators objektiv am ehesten für das Amt des Testamentsvollstrecker geeignet sein mag.’ In ieder geval wordt erkend dat de notaris objectief gezien de geknipte ‘man of vrouw’ zou zijn voor deze erfrechtelijke opdracht, maar desondanks bestaat er twijfel. In het Handbuch der TestamentsvollstreckungBengel/Reimann, Beck, München (2001), p. 659. heet het kort en krachtig: ‘Die Ubernahme einer Testamentsvollstreckung zählt nicht zu den Aufgaben der Notare; sie ist keine berufstypische amtliche Tätigkeit.’ Als het voor de notaris geen ‘beruftypische’ bezigheid is voor wie is het dat dan wel? In hetzelfde handboek lees ik: ‘Die Tätigkeit als Testamentsvollstrecker ist anwaltliche Tätigkeit [...] und stellt zudem eine berufstypische Tätigkeit dar.’ Gezien de in Duitsland voorhanden zijnde enorme ‘know-how’ op het gebied van de ‘testamentenuitvoerders’ is het goed om ‘ter voorkoming van fouten’ deze gedachten in ieder geval in het achterhoofd te houden bij het opstarten van de nog in de kinderschoenen staande Nederlandse notariële discussie over de verhouding tussen (boedel)notaris en executeur. Kort samengevat: Het vertrekpunt lijkt de notaris ‘zeker niet’, de advocaat ‘zeer zeker’. In het verlengde hiervan merk ik op dat men in Duitsland niet alleen niet zit te springen op de ‘compagnon’ van de ‘beurkundende’ notaris, der Sozius, als executeur, maar dat de wet dit zelfs verbiedt.Helmut Weingärtner, Vermeidbahre Fehler im Notariat, Carl Heymanns Verlag, Köln, Berlin, München (2005), p. 53, waar verwezen wordt naar § 3 Abs. 1 S. 4 Beurkundigungsgesetz. Ik realiseer mij dat ik aftrap met een domper op de erfrechtelijke feestvreugde. Maar er is meer. Zo gaf bijvoorbeeld op 16 maart jongstleden de Notariskamer van Hof AmsterdamHof Amsterdam, 16 maart 2006, LJN: AV 6822. de tuchtrechtelijke grenzen van het speelveld voor ‘boedelnotaris’ versus ‘executeur’ haarscherp aan.