WPNR 2006, afl. 6683 - Boekbespreking. Asser-Hartkamp Verbintenissenrecht, deel III
Aflevering 6683, gepubliceerd op 21-10-2006 geschreven door Prof. mr. H.C.F. Schoordijk1. Amper vier jaar na het verschijnen van de vorige druk [2002], nu al weer de twaalfde! Welk een verschil met vroeger. Moest de lezer na Asser-Van Goudoever [1919] wel heel lang wachten op de voortreffelijke bewerking van Asser-Losecaat Vermeer [1939], ten gevolge van de oorlog was het weer lang wachten op Rutten die het werk van Losecaat Vermeer halverwege de jaren vijftig tot voltooiing bracht en toen ook Asser Verbintenissenrecht in zijn geheel wist te completeren. Terugkijkend een hele prestatie. Mij staat nog goed bij dat velen Ruttens beschouwingen over de onrechtmatige daad als veel moderner ervaarden dan die over het contractenrecht. Anders dan men denkt, is de onrechtmatige daad na 1919 in de rechtspraak toch nog betrekkelijk langzaam tot volle wasdom gekomen. In mindere mate gold dit de theorievorming. De eerste monografie aan de onrechtmatige daad gewijd was nog altijd de belangwekkende, postuum uitgegeven monografie van A. Wolfsbergen [1946] die in vele opzichten nieuwe interessante geluiden liet horen, weer veel later gevolgd door de nog steeds opwekkende bijdrage van H. Drion aan Hofmann van 1959. De echte ontwikkeling van de onrechtmatige daad in de rechtspraak vindt eerst echt plaats na 1950 als voor het ongeschreven recht ruim baan wordt gemaakt en de onrechtmatige daad uiteindelijk een connotatie begint te hebben met bijkans het hele vermogensrecht. Aan de losbladige DrionBloembergen de verdienste de onrechtmatige daad voor de ‘provincie’ ontsloten te hebben. Aan Bloembergen de eer de problematiek rond de schadevergoeding op een hoger plan gebracht te hebben!