WPNR 2007, afl. 6709 - Uitleg van een pensioenreglement
Aflevering 6709, gepubliceerd op 05-05-2007 geschreven door Mr. W. van HeestKern van het wetsvoorstel dat heeft geleid tot de op 1 januari 2007 grotendeels in werking getreden nieuwe PensioenwetWet van 7 december 2006 houdende regels betreffende pensioen (Pensioenwet), Stb. 2006, 705., is de zogenoemde driehoeksverhouding tussen werkgever, werknemer en pensioenuitvoerder. Kamerstukken II, 2005/06, 30 413, nr. 3, p. 4/5 (MvT). Deze verhouding vindt zijn oorsprong in de pensioenovereenkomst die wordt gesloten tussen de werkgever en de werknemer.In art. 1 Pensioenwet wordt de pensioenovereenkomst gedefinieerd als hetgeen tussen een werkgever en een werknemer is overeengekomen betreffende pensioen, voorheen ook wel aangeduid als de pensioentoezegging. Ter waarborging van de uit deze overeenkomst voor de werknemer voortvloeiende rechten, is de werkgever op grond van art. 23 Pensioenwet gehouden deze rechten buiten de onderneming veilig te stellen door middel van het sluiten van een schriftelijke uitvoeringsovereenkomst met een pensioenuitvoerder.Krachtens art. 1 Pensioenwet wordt onder een uitvoeringsovereenkomst verstaan de overeenkomst tussen een werkgever en een pensioenuitvoerder over de uitvoering van ƩƩn of meer pensioenovereenkomsten. De pensioenuitvoerder stelt vervolgens, in overeenstemming met de pensioenovereenkomst en de uitvoeringsovereenkomst, het pensioenreglement op.Art. 35 lid 1 Pensioenwet. Het pensioenreglement geeft weer welke rechten en verplichtingen de pensioenuitvoerder enerzijds en de werknemer/deelnemer anderzijds ten opzichte van elkaar hebben op basis van de afspraken die zijn opgenomen in de pensioenovereenkomst en in de uitvoeringsovereenkomst. Kamerstukken II 2005/06, 30 413, nr. 3, p. 199 (MvT). Zie voorts art. 1 Pensioenwet waarin het pensioenreglement wordt omschreven als de door de pensioenuitvoerder opgestelde regeling met betrekking tot de verhouding tussen pensioenuitvoerder en deelnemer. Hiermee ontstaat eveneens een zelfstandige relatie tussen de pensioenuitvoerder en de werknemer. Algemeen wordt aangenomen dat deze relatie voortvloeit uit een in de uitvoeringsovereenkomst besloten liggend derdenbeding ten behoeve van de werknemer.HR 20 februari 2004, NJ 2005, 493, m.nt. Du Perron (Fox/DSM), r.o. 4.1.; E. Lutjens, āDe driepartijenverhouding in de pensioenwetā, TPV 2007/1; Kamerstukken II 2005/06, 30 413, nr. 3, p. 4 (MvT). In de uitvoeringsovereenkomst bedingt de werkgever ten behoeve van zijn werknemers onder bepaalde voorwaarden het recht op pensioenuitkeringen. Door aanvaarding van de uit het pensioenreglement voortvloeiende rechten en verplichten, treedt de werknemer als partij toe tot de oorspronkelijk tussen de werkgever en de pensioenuitvoerder gesloten uitvoeringsovereenkomst.Zie art. 6:254 lid 1 BW. Dit complex van verhoudingen brengt onder andere met zich mee dat zowel in de verhouding tussen de pensioenuitvoerder en de werkgever als in de verhouding tussen de uitvoerder en de werknemer/deelnemer, de inhoud van een pensioenreglement aanleiding kan geven tot discussie over de uitleg hiervan. Afhankelijk van de relatie waarbinnen de uitleg van het reglement plaatsvindt gelden, zo zal uit het navolgende blijken, op grond van rechtspraak van de Hoge Raad verschillende uitlegnormen. Bovendien zorgt de invoering van de Pensioenwet naar alle waarschijnlijkheid voor een verschuiving van de accenten binnen de te hanteren methodiek bij de uitleg van pensioenreglementen in de verhouding tussen de werknemer en de pensioenuitvoerder.