WPNR 2008, afl. 6760 - De insolventie brahmanen
Aflevering 6760, gepubliceerd op 21-06-2008 geschreven door Mr. drs. G.C. van DaalOp 1 november 2007 verraste de Staatscommissie InsolventierechtHierna: ‘de Commissie’. de insolventiemarkt met het Voorontwerp Insolventiewet.Hierna: ‘het Voorontwerp’. Alle in deze bijdrage genoemde artikelen zijn, behoudens andersluidende vermelding, artikelen uit het Voorontwerp. In december 2007 betoogde ik eldersG. van Daal, ‘Het Voorontwerp Insolventiewet: Nu even niet!’, NJB 2007, nr. 44, p. 2801 e.v.dat het Voorontwerp kritisch en zonder de haast die de huidige juridische markt kenmerkt onder de loep moet worden genomenAnders: S.C.J.J. Kortmann, Enkele inleidende opmerkingen, TvI 2008, 8, p. 31. Daar wordt ook vermeld dat het Ministerie van Justitie de einddatum van de termijn voor Internet consultatie met betrekking tot het Voorontwerp eerst op 1 mei 2008 had gesteld. Gelukkig is deze veel te korte termijn later verlengd tot 15 september 2008 (zie hiervoor: www.justitie.nl/onderwerpen/wetgeving/insolventiewet/.. Zoals ik bij die gelegenheid stelde, kunnen bij de methode van het Voorontwerp namelijk de nodige vragen worden gesteld, ontbreekt de behoefte aan een nieuwe Faillissementswet,J.A.A. Adriaanse, J.G. Kuijl, W.P. Moleveld, Nieuwe faillissementswetgeving redt bedrijven niet, TvI 2007, 5, p. 149 e.v. maken duidelijk dat het economisch bestaansrecht van ondernemingen nooit kan worden bewerkstelligd door wettelijke regelingen. Eén van de leden van de Commissie, O. Couwenberg, was in zijn proefschrift (Resolving financial distress in the Netherlands, a case study approach, dissertatie Groningen, 1997) zelfs nog gematigd positief over de werking van de huidige Faillissementswet. Van Amsterdam raadde in zijn proefschrift expliciet af al te veel te sleutelen aan de Faillissementswet, waarnaast hij concludeerde dat het uitgangspunt van sommige wijzigingsvoorstellen dat die Faillissementswet slecht werkt, door zijn onderzoek niet wordt ondersteund (A.M. van Amsterdam, Insolventie in economisch perspectief, dissertatie Amsterdam, 2004, p. 281). De nog recenter dissertatie van Luttikhuis beveelt onder andere aan de aandacht niet zo zeer te doen uitgaan naar het instrument van - wijzigingen van - de formele Faillissementswet, wegens het economisch nauwelijks relevante effect daarvan, als wel naar de aan insolventie voorafgaande informele fase (A.P.K. Luttikhuis, Corporate recovery, de weg naar effectief insolventierecht, dissertatie Tilburg, 2007, p. 145-161). zal het Voorontwerp nieuwe boedelvorderingen genererenEen soortgelijke vrees wordt uitgesproken in F.M.J. Verstijlen en A.A.J. Smelt, Boedelschulden in het Voorontwerp Insolventiewet, TvI 2008, 15, p. 97. en wordt het reorganiserend vermogen van ondernemingen door het Voorontwerp níet versterkt.Tot dezelfde conclusie komt D.J.Y. Hamwijk, Op naar een ‘reorganisatiewet’: het doel voorbij?, NJB 2008, nr. 5, p. 264 e.v. J.A. van der Meer, De persoonlijke aansprakelijkheid van de bewindvoerder in het Voorontwerp van de nieuwe Insolventiewet, Journaal IFZ 2008, nr. 2, p. 39 e.v., concludeert op p. 46 dat de grote risico’s van persoonlijke aansprakelijkheid van de bewindvoerder nieuwe stijl in de weg staan aan het reorganiserend vermogen van het Voorontwerp. In deze bijdrage neem ik de handschoen op ter zake een andere rode lijn die door het Voorontwerp loopt. Het Voorontwerp creëert namelijk een nieuwe kaste van - wat ik maar noem - insolventie brahmanen. Deze nieuwe kaste zou het in insolventieland voor het zeggen krijgen, als het Voorontwerp wet zou worden. De zeggenschap van de insolventie brahmanen is ingebed in een mistig landschap, waarin zij een te vrije hand krijgen. Het gevaar dat daarin schuilt, is dat hierdoor de voorspelbaarheid van het insolventie afwikkelingssysteem deuken oploopt. Dat brengt niet alleen de rechtszekerheid in het gedrang, bovendien bedreigt het de aantrekkelijkheid van Nederland als investeringsland.Ook volgens R.J. van Galen, Waarom een level playing field?, Ondernemingsrecht 2007, nr. 17, p. 621, is het insolventierecht een selling point voor een land.