WPNR 2008, afl. 6762 - Contractsoverneming en ontbinding
Aflevering 6762, gepubliceerd op 17-07-2008 geschreven door Mr. G. van RijssenDe contractsoverneming (art. 6:159 BW) doet de gehele contractuele rechtspositie van een van de contractspartijen overgaan. Op dat uitgangspunt be - staan echter veel uitzonderingen die in de praktijk tot onverwachte effecten kunnen leiden. De contractsovergang heeft zich als een ‘lappendeken’ ontwikkeld en is zowel in als buiten het Burgerlijk Wetboek geregeld. Dat heeft haar eenvormigheid niet bevorderd. De contractsoverneming van art. 6:159 BW is slechts één van de vormen van contractsovergang en zij geldt, ondanks haar plaats in het algemene verbintenissenrecht, niet als model voor de overige vormen van contractsovergang. Wie art. 6:159 BW leest kan de indruk krijgen dat door een contractsoverneming alle rechten en verplichtingen overgaan behoudens de door partijen uitgezonderde rechten en verplichtingen van ondergeschikt belang. Deze eenvoud is echter schijn. Er kunnen diverse redenen zijn waardoor bij een contractsoverneming niet alle rechten en verplichtingen overgaan. Het onderstaande artikel zoekt een antwoord op de vraag welke onderdelen van de contractuele rechtspositie niet overgaan en wat er met die achterblijvende rechten en verplichtingen gebeurt als de overeenkomst na de overgang wordt ontbonden wegens een tekortkoming door of jegens de opvolgend contractant. Daarbij wordt aandacht gegeven aan een arrest dat het Hof ’s-Hertogenbosch enige tijd terug heeft gewezen.