WPNR 2009, afl. 6811 - Reactie op “Survival of the fittest en bescherming van de zwakkere partij” in WPNR (2009) 6793
Aflevering 6811, gepubliceerd op 19-09-2009 geschreven door Prof. mr. C.J.H. Jansen1. Willem Grosheide heeft in het WPNR van 4 april 2009/6793 een boeiende bijdrage geschreven over de survival of the fittest en bescherming van de zwakkere partij. Een voor Grosheide onbevredigend uitvloeisel van het darwinistische wereldbeeld is dat zelfzuchtigheid lijkt te lonen. Hij verwijst ter ondersteuning van dit standpunt naar Richard Dawkins’ fameuze boek, The selfish gene. Slechts die genen verspreiden zich, die gunstig uitwerken op de individuele overlevingskansen. En als een individu de eigen kans op overleving en voortplanting opoffert ten gunste van de fitness van soortgenoten, gaat daarachter geen onvoorwaardelijk, echt altruïsme schuil, maar genetisch egoïsme. Egoïsme als basis van altruïsme spreekt Grosheide echter niet aan (p. 283-284). Volgens sommige intellectuelen gaat deze redenering zelfs nog een stap verder. Naar hun opvatting is de gedachte van de survival of the fittest ook toepasbaar op maatschappelijke verschijnselen. Aanhangers van deze gedachte staan bekend als sociaal-darwinisten. Zij streefden ernaar om de ontwikkeling in de maatschappij te modelleren naar de evolutieleer. De kroon op de evolutie was naar hun visie de westerse, blanke, protestantse man. De ultieme, meest gruwelijke verwoording van het sociaal-darwinistische gedachtengoed is aan te treffen bij de hoofdpersoon uit Jonathan Littells veel besproken boek De Welwillenden, de jurist en SS-officier Maximilian Aue. ‘Dat is geen wreedheid, het is de wet van ons leven, wij zijn sterker dan andere levende wezens en beschikken naar believen over hun leven en dood...’. Daarom was het de Duitsers toegestaan om joden uit te roeien, die hun de aarde, het water, de lucht betwisten. De joden zouden het andersom eveneens doen, wanneer zij sterker waren dan de Duitsers. De zwakke barrières, die de mens opwierp om het samenleven te reguleren - wetten, recht, moraal, ethiek - konden niet veel uitrichten tegen deze volgens Aue darwinistische onvermijdelijkheid.Jonathan Littell, De Welwillenden, Amsterdam-Antwerpen 2008, p. 799-800.