WPNR 2011, afl. 6907 - Naschrift
Aflevering 6907, gepubliceerd op 19-11-2011 geschreven door Mr. L.P. BroekveldtDe redactie van het WPNR heeft mij gevraagd te willen reageren op het hiervoor geplaatste artikel van Kraan. Aan dat verzoek voldoe ik graag, ook omdat mij dat de gelegenheid biedt - zij het kort en zijdelings - in te gaan op de onlangs in het WPNR (nr. 6899, p. 744-753) verschenen uitvoerige bespreking door J.J. Dammingh van mijn in 2010 in de reeks Ars Notariatus (als nr. 144) gepubliceerde Monografie,Onder de titel Vormerkung, beslag, rangorde en de notaris, p. 1-114. Op dit boekje is ook door H.W. Heyman en S.E. Bartels, ‘De bescherming van de Vormerkung tegen beslag naar geldend en naar wenselijk recht’, in NTBR 2011/6, p. 189-201, vrij uitvoerig ingegaan.die ook door Kraan in zijn opstel ter sprake is gebracht.Ik ben van plan in een afzonderlijk opstel uitgebreider te reageren op mijn ‘opponenten’, wat mij ook beter de mogelijkheid geeft mijn gedachten over dit onderwerp nader toe te lichten en te verduidelijken. Als ik het goed zie, zijn door Kraan nu twee afzonderlijke - enigszins los van elkaar staande - kwesties aan de orde gesteld: i) de vraag hoe in de casus van HR 2010,HR 8 oktober 2010, RvdW 2010/1166 (Van den Berg Makelaardij/Bernhard). Dit arrest is nog niet in de NJ gepubliceerd en geannoteerd, maar intussen wel door S.E. Bartels in JOR 2010/11, nr. 333, en door A. Steneker in JBPr 2010/5, nr. 58, van commentaar voorzien. Het is ook besproken door J.C. van Straaten, ‘Vormerkung beschermt niet tegen beslag onder de koper’, in: JBN 2011/1, nr. 2, p. 6-8; en door J. de Bie Leuveling Tjeenk, ‘Vormerkung en derdenbeslag op de koopsom’, in MvV 2010/11, p. 289-292. waarin het alleen ging om een beslag onder de koper, geoordeeld zou zijn indien door de koper - als derde-beslagene - inhoudelijk een ander verweer tegen de beslaglegger zou zijn gevoerd, en ii) de vraag of de Hoge Raad in dezelfde zin zou hebben geoordeel indien het zou zijn gegaan om een beslag onder de notaris. Op de eerste vraag zal ik onder 2)-4) ingaan, op de tweede onder 5)-8). Onder 1) zal ik een enkele opmerking vooraf maken en onder 9) zal ik afsluiten met een korte slotopmerking.