WPNR 2014, afl. 7014 - Rechtsgeldigheid en doorwerking van buitenstatutaire governance-afspraken
Aflevering 7014, gepubliceerd op 12-04-2014 geschreven door Mr. R.G.J. NowakDoor de toenemende contractualisering van de vennootschappelijke verhoudingen tussen aandeelhouders heeft zich ook het leerstuk van de doorwerking van aandeelhoudersovereenkomsten in de laatste jaren verder ontwikkeld.Zie voor de achtergrond van deze ontwikkeling (institutionele vs. contractuele visie) o.a. Nowak/Van Duuren, Preadvies 2013, p. 301-306. Onder doorwerking versta ik in dit artikel de tegenwerpelijkheid van buitenstatutaire afspraken binnen de vennootschappelijke rechtsorde, meer specifiek de gevolgen van handelen in strijd met buitenstatutaire governance-afspraken voor de rechtsgeldigheid van de besluitvorming. Het uitgangspunt daarbij is dat alle aandeelhouders partij zijn bij de afspraken en mede-aandeelhouder zijn in een BV.Het gaat hier in feite om een persoonsgebonden samenwerkingsverband waarin gebruik wordt gemaakt van een vennootschap als samenwerkingsvehikel. Zie over deze materie uitvoerig de geschriften van M.J.G.C. Raaijmakers, o.a. zijn dissertatie (1984). Hieronder wordt eerst de stand van zaken met betrekking tot doorwerking van aandeelhoudersovereenkomsten besproken (§ 2). Vervolgens worden twee leerstukken behandeld die ingrijpen in de discussie over doorwerking, te weten het unanieme aandeelhoudersbesluit in strijd met de statuten (§ 3) en de zogenaamde openbaarheidsfunctie van dwingend recht (§ 4). Als sluitstuk komen de rechtsgeldigheid en doorwerking van buitenstatutaire governance-afspraken aan de orde (§ 5).