WPNR 2015, afl. 7060 - De toegenomen reikwijdte van art. 4 WBR
Aflevering 7060, gepubliceerd op 25-04-2015 geschreven door Dr. A. RozendalDe overdrachtsbelastingwetgeving en in het bijzonder art. 4 WBR, vormt voor mij een intrigerend onderdeel van de fiscale wetgeving. Wellicht heeft het te maken met het feit dat de WBR van oorsprong weliswaar een civielrechtelijk karakter heeft, maar in de loop der jaren steeds economischer van aard lijkt te worden.Zie ook J.C. van Straaten, Wegwijs in de overdrachtsbelasting, 19de druk, ’s-Gravenhage; Sdu 2014, paragraaf 1.2.1. Deze ontwikkeling leidt tot een boeiend speelveld - vaak ingewikkeld, dan weer frustrerend - waarin belastingplichtigen worden geconfronteerd met vele wettelijke aanpassingen en interessante rechtspraak. In art. 4 WBR, het onderwerp van deze bijdrage, komt dit samenspel tussen de juridische en economische benaderingswijze volop tot uitdrukking. De nadruk op een economische benadering waardoor art. 4 WBR in toenemende mate wordt gekenmerkt, gaat gepaard met een substantiële vergroting van het toepassingsbereik van deze bepaling. Een steeds grotere groep belastingplichtigen loopt tegenwoordig het risico binnen het bereik van deze bepaling te vallen. Dit raakt niet alleen de kopers van aandelen in rechtspersonen die vastgoed bezitten als potentieel belastingplichtigen, maar ook de verkopers van dergelijke aandelen die zich als gevolg van het grotere toepassingsbereik van art. 4 WBR in toenemende mate geconfronteerd zien met de overdrachtsbelasting als een prijsdrukkend aspect.