WPNR 2015, afl. 7064 - De goede bewindvoerder
Aflevering 7064, gepubliceerd op 23-05-2015 geschreven door Prof. mr. W.D. Kolkman en J.M. van AnkenDe norm ‘goed bewindvoerder’ speelt een rol bij het meerderjarigenbewind, het testamentair bewind en het bewind van de ouders over het vermogen van hun minderjarige kinderen. Binnen deze rechtsfiguren is telkens sprake van een principaal - degene wiens belangen door een ander worden behartigd, aangeduid als de rechthebbende - en een agent - degene die genoemde belangen behartigt, aangeduid als de bewindvoerder. Met name ter waarborging van de belangen van de principaal, als regel de zwakkere partij, normeert de wetgever de verhouding tussen beide betrokkenen. Dat geschiedt op talrijke plaatsen in ons recht; denk aan min of meer vergelijkbare gevallen als een goed mentor,Zie art. 1:454 BW. een behoorlijk bestuurder van een rechtspersoon,Art. 2:9 BW. een goed pandhouder,Art. 3:243 lid 1 BW. een goed huurder,Art. 7:213 BW. een goed opdrachtnemer,Art. 7:401 BW. een goed hulpverlener,Art. 7:465 lid 5 BW. een goed werknemer en werkgever,Art. 7:611 BW. een goed bewaarderArt. 7:602 BW. en een zorgvuldig vervoerder.Art. 8:1098 BW. Zie uitgebreid A.G. Castermans e.a. (red.), De maatman in het burgerlijk recht, Deventer: Kluwer 2008. Daarnaast valt buiten het BW bijvoorbeeld te wijzen op de zorgplichten van financiële dienstverleners.Zie bijv. M.F.M. van den Berg, Cultuurspecifieke en civielrechtelijke invulling van de publiekrechtelijke zorgplicht van financiële dienstverleners, MvV 2014, 7/8. Met name de customer’s best interest rule als daar beschreven vormt een mooie inspiratiebron voor de goede bewindvoerder. Deze maatmannen komen niet uit de lucht vallen; zij zijn de resultante van een lange geschiedenis, beginnend bij de Romeinse bonus pater familias, in het Franse recht overgenomen als de bon père de famille, naar het Nederlands vertaald als de goede huisvader.Vgl. J.M. Smits, Privaatrecht Actueel, WPNR (2014) 7012 voor een beknopt overzicht. Hij merkt op dat de ‘goede huisvader’ nog wel rondwaart in ons BW: men zie de verplichtingen van de lener bij bruikleen (art. 7A:1781 BW).