WPNR 2017, afl. 7162 - Het belang van de rechtspersoon en zijn raison d'être
Aflevering 7162, gepubliceerd op 09-09-2017 geschreven door Prof. mr. W.J.M. van VeenHet belang van de rechtspersoon is een rechtsbegrip waaraan in de literatuur de nodige aandacht is besteed, vooral in relatie tot de NV/BV. Het is gebruikelijk om dan te spreken van het ‘vennootschappelijk belang’ of het ‘belang van de vennootschap’. De relatief grote aandacht voor het vennootschappelijk belang is verklaarbaar omdat de norm dat bestuurders en commissarissen van de NV en BV zich dienen te richten naar het belang van vennootschap (en de met haar verbonden onderneming), in de jurisprudentieZie o.m. HR 1 april 1949, NJ 1949/465, m.nt. Houwing (Doetinchemse IJzergieterij); HR 4 januari 1963, RvdW 1963, p. 9 e.v., AAe 12, p. 222 e.v. (N.V. Scholten’s Aardappelmeelfabrieken); HR 22 maart 1996, NJ 1996, 568 (Mediasafe I). en wetgevingZie art. 2:129/239 lid 5 BW, die 1 oktober 2012 in werking traden. nadrukkelijker tot uitdrukking is gebracht dan bij de andere rechtspersoonsvormen. In de literatuur wordt echter ook ten aanzien van de andere rechtspersoonsvormen - de vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij en de stichting - aangenomen dat bestuurders en commissarissen zich bij de uitoefening van hun taken dienen te richten naar het belang van de rechtspersoon.Zie o.m. GS Rechtspersonen (Overes), art. 44, aant. 2; GS Rechtspersonen (Overes), art. 291, aant. 2; Asser/Rensen 2-III* 2012/127, 334. Zie o.m. ook Rb. Almelo 21 december 2005, ECLI:NL:RBALM:2005:AU8670; Hof Amsterdam, 21 september 2010, ECLI:NL:GHAMS:2010:BN6929; Rb. Amsterdam 7 november 2012, ECLI:NL:RBAMS:2012: BZ1016; Rb. Limburg, 8 maart 2017, ECLI:NL:RBLIM:2017: 2082. Bij de coöperatie en de onderlinge waarborgmaatschappij volgt dit voor commissarissen overigens uit art. 2:57 lid 2 BW. Het wetsvoorstel Bestuur en Toezicht Rechtspersonen stelt op dit punt uniformering van de wettelijke norm in het vooruitzicht: Voor bestuurders en commissarissen van alle (Boek 2-)rechtspersonen komt de norm te luiden dat zij zich bij de uitvoering van hun taken moeten richten naar het belang van de rechtspersoon en de daaraan verbonden onderneming of organisatie.Zie art. 2:9 lid 3 en art. 11 lid 4, voorgesteld in Kamerstukken II (2015-2016), 34 491, nr. 2.