Home

Rechtbank Gelderland, 27-12-2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:6890, C/05/316457 / HA ZA 17-88

Rechtbank Gelderland, 27-12-2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:6890, C/05/316457 / HA ZA 17-88

Gegevens

Instantie
Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak
27 december 2017
Datum publicatie
10 januari 2018
ECLI
ECLI:NL:RBGEL:2017:6890
Zaaknummer
C/05/316457 / HA ZA 17-88

Inhoudsindicatie

Verbintenissenrecht. Onrechtmatige daad. Schending recht op eerbiediging van de persoonlijk levenssfeer. Smartengeld. Bodemprocedure na kort geding, zie ECLI:NL:GHARL:2016:7519.

Uitspraak

vonnis

Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/316457 / HA ZA 17-88 / 167 / 512

Vonnis van 27 december 2017

in de zaak van

[eiser] ,

[adres eiser] ,

eiser,

advocaat mr. D.I.N. Levinson-Arps te Middelburg,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ENDEMOL SHINE NEDERLAND PRODUCTIES B.V.,

voorheen genaamd Endemol Nederland B.V.,

gevestigd te Aalsmeer,

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

SBS BROADCASTING B.V.,

gevestigd te Amsterdam,

3. [gedaagde sub 3],

wonende in de [adres gedaagde sub 3] ,

gedaagden,

advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.

Partijen zullen hierna enerzijds [eiser] en anderzijds Endemol, SBS en [gedaagde sub 3] , gezamenlijk Endemol c.s., worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

-

het tussenvonnis van 3 mei 2017

-

het verkorte proces-verbaal van comparitie van 20 juli 2017

-

het uitgewerkte proces-verbaal van deze comparitie.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

[gedaagde sub 3] is misdaadverslaggever en maakt televisieprogramma’s. Endemol heeft in opdracht van SBS het televisieprogramma “Misdaadverslaggever” geproduceerd, welk programma door SBS op televisie wordt uitgezonden. Endemol heeft voor het maken van dit programma een productieovereenkomst gesloten met [gedaagde sub 3] .

2.2.

[eiser] heeft onder de naam [pseudoniem eiser] in de Verenigde Staten ondernemingen gedreven, onder meer in de escortbranche. Nadat hij een gevangenisstraf had ondergaan is hij een dergelijke bedrijf in Nederland gaan exploiteren. Destijds concurreerde hij met de onderneming van de heer [naam concurrent] .

2.3.

Begin 2012 hebben twee jongemannen [gedaagde sub 3] beeld- en geluidmateriaal te koop aangeboden dat zij eerder dat jaar uit eigen beweging met verborgen apparatuur hadden opgenomen. Op deze beelden is te zien dat de jongemannen [eiser] thuis bezoeken en [eiser] aanbieden [naam concurrent] om het leven te brengen en voorts dat [eiser] op dit aanbod ingaat en aan de jongemannen aanwijzingen geeft over de uitvoering van dit misdrijf. Op 7 februari 2012 heeft de politie [eiser] aangehouden en in voorlopige hechtenis genomen.

2.4.

Op 13 april 2012 heeft [gedaagde sub 3] het uit te zenden materiaal, waaronder onderdelen van de hiervoor bedoelde heimelijk gemaakte opnamen, aan de toenmalige advocaat van [eiser] laten zien. Deze advocaat heeft toen niet te kennen gegeven dat [eiser] zich op enigerlei wijze tegen uitzending verzette.

2.5.

Tijdens de uitzending van het programma Misdaadverslaggever op 27 mei 2012 (verder: de tv-uitzending) is onder meer beeld- en geluidmateriaal vertoond dat de twee jongemannen hadden opgenomen. Op die beelden zegt [eiser] onder meer het volgende:

“Stel nou dat die portier kijkt, dan is het beter als het meisje meeloopt, he. Je kan ook gewoon met het meisje mee naar binnen. (...)

Ja, maar beter is om met het meisje naar binnen te gaan. Dan kun je de deur dicht doen en dan pang pang. (...)

Je moet wel een geluiddemper hebben. (...)

Een drive by is moeilijk, joh, dan heb je altijd mensen die ‘t zien of getuigen. (...)

Eerst moet het gebeuren. Ik moet zeker weten dat het wel gebeurd is. Ik moet het morgen in de krant lezen. Ik betaal er ook goed voor. Als het gedaan is, is het helemaal geen risico want het wordt gewoon als een beroving afgeschreven. (...)

Ja, mocht er een ander persoon daar zijn, dan moet die ook. Of je er nu één of twee doet, dat maakt niet uit natuurlijk. Dat is alleen maar beter, want dat lijkt het niet dat het een hit op hem is. Dan lijkt het echt een overval. (...)

Alles wat er is, neem het gewoon mee en dat donder je gewoon later weg. Maar dan gaat het erom dat het lijkt dat er spullen weg zijn gehaald. Dan lijkt het op een beroving. Dan gaan ze niet denken dat het een hit is. (...)

Ik heb het geld, daar hoef je je niet druk over te maken. (...)

Heel rustig eruit lopen en die portier heeft er helemaal geen erg in. (...)

Als het klaar is, kom je me de spullen brengen en dan laat je het zien en dan spreken we gelijk morgen af voor het geld. (...)

Als het goed gaat, heb ik volgende maand weer een klus. (...)”

[eiser] maakt tijdens dit gesprek met de jongemannen een schietgebaar met zijn rechterhand en eet een boterham met kaas.

2.6.

Op een geluidsopname met geënsceneerd beeld die in de tv-uitzending is verwerkt zegt [eiser] :

“Ik had erop gerekend dat je zelf je spullen zou regelen. Als ik een loodgieter bel, dan brengt hij toch ook z’n eigen gereedschap mee? (...)

Als ik je volgende maand nodig heb dan laat ik ’t je wel weten dan.”

Verder was in de tv-uitzending onder meer het pand te zien waarin [eiser] kantoor hield en de naam van de straat waaraan dat pand is gelegen. Over het verleden van [eiser] in de Verenigde Staten zijn geënsceneerde beelden uitgezonden, met een voice over waarin gewag wordt gemaakt van de verkoop van nepmedicijnen door [eiser] en van zijn strafrechtelijke vervolging en bestraffing wegens afpersing en witwassen.

2.7.

[eiser] is in de tv-uitzending steeds aangeduid als [pseudoniem 1 eiser] , [pseudoniem 2 eiser ] of [pseudoniem 3 eiser] . Andere maatregelen om zijn identiteit te verhullen zijn achterwege gelaten. Conform de door gerechtshof Amsterdam bij arrest van 22 mei 2012 getroffen voorziening in kort geding (ECLI:NL:GHAMS:2012:BW6242) zijn de twee jongemannen in de uitzending met fictieve namen aangeduid en zijn hun gezichten, en van een van hen ook de romp, onherkenbaar uitgezonden.

2.8.

Bij arrest van 20 januari 2016 (ECLI:NL:GHAMS:2016:127) heeft het gerechtshof Amsterdam bewezen verklaard dat [eiser] “in de periode van 20 januari 2012 tot en met 24 januari 2012 te Amsterdam, door het verschaffen van inlichtingen en beloften heeft gepoogd [betrokkene 1] te bewegen een misdrijf te begaan, te weten het (in Amsterdam) opzettelijk en met voorbedachten rade een ander, te weten [slachtoffer], van het leven beroven, immers heeft verdachte toen en daar:

- tegen die [betrokkene 1] verteld op welke wijze hij ([betrokkene 1]) het kantoor van die [slachtoffer] kon binnengaan, immers heeft verdachte tegen die [betrokkene 1] gezegd dat hij het kantoor van die [slachtoffer] in moest gaan met een meisje en dat hij rustig naar binnen moest gaan en rustig spullen moest pakken en binnen 5 minuten moest wachten en rustig naar buiten moest gaan, zodat de portier er geen erg in heeft en

- een geldbedrag in het vooruitzicht gesteld voor het plegen van de moord op die [slachtoffer] en

- tegen die [betrokkene 1] gezegd dat hij, verdachte, morgen het geld heeft.”

Als bewijsmiddel is onder meer een transscriptie opgevoerd van het beeld- en geluidmateriaal dat voor de tv-uitzending is gebruikt. Het gerechtshof heeft [eiser] ter zake van poging tot uitlokking van huurmoord veroordeeld tot een gevangenisstraf van 71⁄2 jaar met aftrek van voorarrest. Het tegen deze uitspraak gerichte cassatieberoep van [eiser] heeft de Hoge Raad bij arrest van 14 maart 2017 verworpen (ECLI:NL:HR:2017:421).

2.9.

Bij arrest in kort geding van 6 september 2016 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Endemol c.s. versterkt met een dwangsom veroordeeld Facebook te verzoeken tot verwijdering over te gaan van de tv-uitzending van Facebook en is het overigens gevorderde afgewezen, waaronder de vordering tot betaling van een voorschot op immateriële schadevergoeding ter hoogte van € 500.000,00 (ECLI:NL:GHARL:2016:7519).

3 Het geschil

3.1.

[eiser] vordert dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, voor recht zal verklaren dat Endemol c.s. met de tv-uitzending inbreuk heeft gemaakt op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van [eiser] en daarmee onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld, althans dat Endemol c.s. jegens [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de door Endemol c.s. aan [eiser] toegebrachte schade, conform het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 september 2016,

en voorts dat de rechtbank Endemol c.s. hoofdelijk zal veroordelen:

A. primair tot betaling aan [eiser] een bedrag van € 500.000,00 ter zake van geleden immateriële schade,

B. subsidiair tot betaling aan [eiser] van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag,

C. meer subsidiair tot vergoeding van de schade die [eiser] als gevolg van de onrechtmatige handelwijze van Endemol c.s. heeft geleden en nog zal lijden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, en voorts tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 25.000,00, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, als voorschot op deze schadevergoeding,

D. een en ander te vermeerderen met wettelijke samengestelde rente vanaf 27 mei 2012 tot aan de dag van algehele voldoening,

met hoofdelijke veroordeling van Endemol c.s. in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2.

De inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer is daarin gelegen dat Endemol c.s. zijn gezicht in de tv-uitzending heeft vertoond en aldus zijn identiteit aan het grote publiek heeft onthuld, aldus [eiser] in randnummers 1.2, 2.2. en 2.3 van de dagvaarding. Uit randnummers 1.3, 2.2 en 2.3 van de dagvaarding kan worden afgeleid dat de alternatieve onrechtmatige daad die [eiser] Endemol c.s. blijkens het petitum van de dagvaarding verwijt, eruit bestaat dat in de tv-uitzending over [eiser] een 75-tal onwaarheden zijn verkondigd.

3.3.

Endemol c.s. voert verweer. Zij beroept zich onder meer op haar recht op vrijheid van meningsuiting.

3.4.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

5 De beslissing