FBN 2012/76 - Massaal bezwaarprocedure voor schenk- en erfbelasting
Aflevering 12, gepubliceerd op 01-12-2012 Op 13 juli 2012 oordeelde de Rechtbank Breda dat de bedrijfsopvolgingsfaciliteit van art. 35b e.v. Successiewet 1956 (hierna: SW 1956) in strijd is met het gelijkheidsbeginsel als bedoeld in art. 26 IVBPR en art. 14 EVRM (zie Notafax 2012, nr. 181). Naar aanleiding hiervan heeft de Belastingdienst veel bezwaarschriften ontvangen die gericht zijn tegen de aanslagen erf- of schenkbelasting. In verband hiermee heeft de Staatssecretaris van Financiën besloten om de bezwaren die ertoe strekken te laten verklaren dat verkrijgingen van ondernemingsvermogen en privévermogen gelijke gevallen zijn en door de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet op een ongerechtvaardigde en onredelijke manier ongelijk worden behandeld, aan te wijzen als massaal bezwaar, zoals bedoeld in art. 25a Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR). De regeling van art. 25a AWR houdt in dat de daarvoor in aanmerking komende bezwaren zullen worden aangehouden in afwachting van de uitkomst van een beperkt aantal gerechtelijke procedures. Om de procedures te kunnen voeren, heeft de staatssecretaris zes bezwaarschriften geselecteerd in overleg met de KNB, de EPN en de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs (NOB). De rechtsvraag waar het hier om gaat, betreft de vraag of de bedrijfsopvolgingsregeling in de Successiewet zowel vóór als na 1 januari 2010 in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.