FBN 2012/64 - Over zicht en overzicht
Aflevering 11, gepubliceerd op 01-11-2012 geschreven door J.T. SandersIn de dagelijkse praktijk van het onroerend goed worden ook notarissen steeds vaker geconfronteerd met de doorwerking van het Europese omzetbelastingrecht in de - van oudsher - sterk nationaal bepaalde heffing van overdrachtsbelasting. Voor een aanvaardbare beantwoording van concrete vragen is bij deze beroepsgroep zicht op de problematiek en overzicht van hetgeen speelt onontbeerlijk. Zo wordt de toepassing van de zogenoemde samenloopvrijstelling bij een transactie met onroerend goed meer en meer bepaald door de uitleg die moet worden gegeven aan de Europese omzetbelastingbepalingen. Het belang van kennis van de jurisprudentie op vooral omzetbelastinggebied van het Hof van Justitie neemt toe. In voor de toepassing van deze vrijstelling in de overdrachtsbelasting spelende geschillen heeft de Hoge Raad de afgelopen jaren vanwege problemen op omzetbelastinggebied het Hof enkele belangrijk gebleken prejudiciële vragen gesteld. De uitkomst is doorgaans verrassend. Op 12 juli 2012 heeft het Hof in zaak C-326/11 (NTFR 2012/1838) weer een prejudiciële vraag beantwoord van de Hoge Raad in een overdrachtsbelastingzaak. Het geschil in die zaak betreft wederom de vraag of de vrijstelling van artikel 15, lid 1, aanhef en onderdeel a, WBR toepassing vindt. In deze bijdrage zal enig zicht worden verschaft bij wijze van overzicht.