FTV 2008/16 - Werknemersparticipaties juist stimuleren en niet ontmoedigen
Aflevering 5, gepubliceerd op 01-05-2008 geschreven door Mr. G.W.B. van WestenAandelenoptieregelingen als onderdeel van een beloningenpakket hebben de afgelopen jaren een negatieve bijklank gekregen. Dat is vooral terug te voeren op een uitlating van de vorige minister-president Kok, die deze aandelenoptieregelingen in één adem noemde met ‘exhibitionistische zelfverrijking’. Het valt natuurlijk niet te ontkennen dat zich excessen hebben voorgedaan met aandelenoptieregelingen. Maar zoals helaas vaker gebeurt: er ontstond een hype waarbij geen enkel draagvlak was voor een weloverwogen discussie. Per 1 januari 2005 werd in de belastingwetgeving opgenomen dat bij aandelenoptieregelingen voortaan de werkelijk gerealiseerde winst progressief moest worden belast. Daarvoor gold een keuzeregime: belasten volgens een in de wet- en regelgeving vastgelegde formule bij het toekennenMeer precies: de wettekst noemde het moment van onvoorwaardelijk worden als heffingsmoment. van de regeling of over de werkelijke winst afrekenen bij het expireren van de opties. Soms pakte dat keuzeregime gunstig uit voor de optiehouder. Hij had dan gekozen voor de, wat ik meer even noem ‘forfaitaire heffing’ bij het toekennen van de regeling, maar later bleek dan dat de opties veel meer hadden opgeleverd dan verwacht. Bij de toenmalige wetswijziging is naar mijn mening onvoldoende oog geweest voor de gevallen die ook voorkwamen: optiehouders betaalden belasting over de forfaitair berekende waarde van de opties. Die opties bleken dan later feitelijk recht te geven op koop van aandelen tegen een hoger bedrag dan het bedrag dat de aandelen waard waren. Optie waardeloos, maar destijds wel belasting betaald! Vervolgens kwam er nog een wetswijziging, waardoor het sinds 1 januari 2007 voor bedrijven ook niet meer mogelijk is de kosten die zijn gemoeid met aandelenoptieregelingen van de belaste winst af te trekken. Deze kosten zouden geen echte bedrijfskosten zijn. En nog lijkt de hype niet uitgewerkt. Als het aan sommige leden van de Tweede kamer ligt, moet namelijk ook de kostenaftrek van zogenoemde Stock Appreciation Rights (SAR) worden geschrapt. SAR’s zijn bonusregelingen die recht geven op een geldbedrag. De hoogte van de bonus is meestal op een of andere wijze gekoppeld aan de waardeontwikkeling van de aandelen van een bedrijf. Een soort schijnoptie dus. Medio vorig jaar werden Kamervragen aan de Staatssecretaris van Financiën gesteld naar aanleiding van het feit dat KPN haar vroegere optieregeling wilde vervangen door een dergelijke SAR. “Of dit geen poging was om de niet-aftrekbaarheid van de kosten van aandelenoptieregelingen te ontgaan?” Het woord ‘ontduiken’ viel nog net niet.