NTFR 2019/2433 - Verordening rioolheffing 2014 gemeente Menterwolde is onverbindend wegens overschrijding opbrengstlimiet; voor 2013 wordt zaak verwezen
ECLI:NL:HR:2019:1424, datum uitspraak 27-09-2019, publicatiedatum 27-09-2019
Aflevering 40, gepubliceerd op 03-10-2019 met annotatie van A. OostersBelanghebbende, een woningcorporatie, is door de gemeente Menterwolde aangeslagen voor de rioolheffing 2013 en 2014. De gemeente heeft tot de begrote lasten van 2013 en 2014 onder meer gerekend een post ‘Mutatie egalisatiereserve’. Belanghebbende heeft gesteld dat deze post ten onrechte als ‘last ter zake’ van de riolering in aanmerking is genomen. Bij het schrappen van deze post zijn de verordeningen volgens belanghebbende onverbindend wegens overschrijding van de opbrengstlimiet. Hof Arnhem-Leeuwarden 12 februari 2019, nrs. 17/00033 en 17/00034, NTFR 2019/613 heeft belanghebbende in het gelijk gesteld. In cassatie houdt deze hofuitspraak echter niet volledig stand. Het oordeel van het hof dat de toevoeging aan de egalisatiereserve geen last ter zake van de riolering is, is volgens de Hoge Raad cassatieproof. Het hof heeft in dit verband terecht beslissend geacht of de voorziening is gevormd voor kosten als bedoeld in art. 228a, lid 1, Gem.w. Anders dan het hof heeft geoordeeld, mocht de gemeente de (niet in de ramingen opgenomen) omzetbelasting over de voor de riolering gemaakte kosten die als gevolg van de Wet BFC recht geeft op een bijdrage uit dat fonds alsnog in aanmerking nemen als last ter zake van de riolering. Dat geldt echter niet voor de perceptiekosten van de rioolheffing, omdat die kosten geacht worden te zijn begrepen in de begroting van de gemeente. Het achteraf alsnog in aanmerking nemen van die kosten als last ter zake van de riolering zou leiden tot een afwijking van de vastgestelde begroting dan wel tot het tweemaal in aanmerking nemen van die kosten. Een en ander leidt voor 2014 niet tot een andere conclusie dan waartoe het hof is gekomen. Ook bij het alsnog in aanmerking nemen van het opgevoerde bedrag aan omzetbelasting voor 2014 overschrijden de geraamde baten van de rioolheffing de geraamde lasten met meer dan 10%, zodat het hof terecht de verordening voor 2014 onverbindend heeft geacht. Voor 2013 kan die conclusie niet worden getrokken op basis van het dossier. Daarom wordt de zaak voor dat jaar verwezen.