NTFR 2019/2606 - Heffing griffierechten geen beperking toegang tot rechter, geen strijd met Unierechtelijk doeltreffendheidsbeginsel; pleitbaar afschrijvingsstandpunt
ECLI:NL:HR:2019:1579, datum uitspraak 11-10-2019, publicatiedatum 11-10-2019
Aflevering 43, gepubliceerd op 24-10-2019 met annotatie van mr. F.C. van der BogtBelanghebbende heeft op 12 mei 2016 vanuit Duitsland een gebruikte kampeerauto ingevoerd. Bij de berekening van de verschuldigde BPM heeft hij een bepaalde afschrijving in aanmerking genomen. Volgens de inspecteur is die afschrijving te hoog. Daarom heeft hij nageheven en een verzuimboete aan belanghebbende opgelegd. Hof Den Haag (2 november 2018, nr. 18/00743) heeft belanghebbende, onder verwijzing naar HR 12 mei 2017, nr. 15/03459, NTFR 2017/1320, in het ongelijk gesteld. De stelling van belanghebbende met betrekking tot de verzuimboete dat er sprake is van een pleitbaar standpunt is door het hof verworpen. In cassatie stelt belanghebbende in de eerste plaats dat het heffen van griffierechten zonder rekening te houden met de omvang van het financiële belang in de procedure in strijd is met het Unierecht, in het bijzonder met HvJ 4 oktober 2018, zaak C-571/16 (N. Kantarev). Er mag volgens belanghebbende niet meer dan 4% van de in geding zijnde vordering aan griffierechten worden geheven. De Hoge Raad deelt die visie van belanghebbende niet. De Hoge Raad zet uiteen dat met de Nederlandse griffierechtregeling in het bestuursrecht en met de jurisprudentiële mogelijkheid van een beroep op betalingsonmacht, de rechtzoekenden de toegang tot de rechter niet wordt ontnomen. Er wordt ook voldaan aan het in het arrest Kantarev bedoelde Unierechtelijke doeltreffendheidsbeginsel. De onderhavige griffierechten zijn dan ook niet in strijd met het Unierecht geheven. Met betrekking tot de verzuimboete is de Hoge Raad, anders dan het hof, van oordeel dat belanghebbende objectief bezien een pleitbaar standpunt heeft. Het afschrijvingsstandpunt van belanghebbende behelsde ten tijde van de betaling van de BPM op aangifte (op 12 mei 2016, dus vóór het arrest van 12 mei 2017) een pleitbaar standpunt. De boetebeschikking kan daarom niet in stand blijven.