NTFR 2019/3057 - Op Cyprus gevestigde AFMB is voor Vo. 883/2004 geen werkgever van internationale chauffeurs die voor Nederlandse vervoersondernemingen werkzaam zijn
ECLI:EU:C:2019:1010, datum uitspraak 26-11-2019, publicatiedatum 12-12-2019
Aflevering 50, gepubliceerd op 12-12-2019 met annotatie van mr. A.H.W. SteijnAFMB is een op Cyprus opgerichte vennootschap die overeenkomsten heeft gesloten met vervoersondernemingen en met vrachtwagenchauffeurs die in Nederland wonen. Volgens de Sociale Verzekeringsbank is niet de Cypriotische maar de Nederlandse socialezekerheidswetgeving van toepassing op die chauffeurs, omdat de Nederlandse vervoersondernemingen die de chauffeurs hebben aangeworven, hen voor onbepaalde tijd volledig ter beschikking hebben, het feitelijke gezag over hen uitoefenen en de facto de loonkosten dragen. Nadat AFMB beroep heeft ingesteld, besluit de Centrale Raad van Beroep prejudiciële vragen te stellen aan het HvJ over de vraag wie de ‘werkgever’ van de chauffeurs is: de in Nederland gevestigde vervoersondernemingen of AFMB. A-G Pikamäe concludeert dat de contractuele verhouding, volgens welke AFMB formeel de werkgever van de chauffeurs zou zijn, slechts indicatieve waarde heeft en het derhalve legitiem lijkt om de hoedanigheid van werkgever die AFMB stelt te bezitten, in twijfel te trekken. Hij stelt vervolgens vast dat betrokkenen vrachtwagens bestuurden voor rekening en risico van in Nederland gevestigde vervoersondernemingen. Met betrekking tot de loonkosten onderstreept hij ook dat AFMB weliswaar rechtstreeks een salaris betaalde aan de chauffeurs, maar dat dit salaris kennelijk werd gefinancierd door de in Nederland gevestigde ondernemingen. Hij concludeert dan ook dat, onder voorbehoud van het door de verwijzende rechter uit te voeren feitenonderzoek, als werkgever van internationale vrachtwagenchauffeurs in loondienst moet worden aangemerkt de vervoersonderneming die de betrokkenen heeft aangeworven, die deze feitelijk voor onbepaalde tijd volledig ter beschikking heeft, die het feitelijke gezag over hen uitoefent en die de facto hun loonkosten draagt. Volgens de advocaat-generaal is er duidelijk geen sprake van ‘detachering’ in eigenlijke zin, maar veeleer van het voor onbepaalde tijd ter beschikking stellen van werknemers aan de in Nederland gevestigde ondernemingen voor AFMB. Ten slotte concludeert hij dat er sprake is van misbruik van recht, waardoor AFMB zich niet kan beroepen op haar vermeende werkgeversstatus om van de SVB een verklaring te verlangen dat de Cypriotische wetgeving van toepassing is op de betrokken chauffeurs.