NTFR 2020/2829 - Na definitieve afwijzing verblijfstitel geen recht meer op premiedeel gecombineerde heffingskorting (art. 80a Wet RO n-o)
ECLI:NL:HR:2020:1578, datum uitspraak 09-10-2020, publicatiedatum 09-10-2020
Aflevering 42, gepubliceerd op 15-10-2020 Belanghebbende heeft de Pakistaanse nationaliteit. Op 13 juni 2014 heeft de IND de verlengingsaanvraag van belanghebbende voor een verblijfstitel afgewezen. Belanghebbende is tegen deze beslissing niet binnen de daarvoor gestelde termijn in bezwaar gekomen. In haar aangifte IB/PVV 2015 heeft belanghebbende een verzamelinkomen van nihil aangegeven en heeft zij aangegeven recht te hebben op de uitbetaling van de algemene heffingskorting. Met de rechtbank (Rechtbank Noord-Holland 25 februari 2019, nr. 18/3935, (NTFR 2019/634)) is het hof (10 maart 2020, nr. 19/00564, (NTFR 2020/1740)) van oordeel dat belanghebbende geen recht heeft op de premiedelen van de gecombineerde heffingskorting. Om voor de heffingskorting voor het gedeelte van de volksverzekeringen in aanmerking te komen, moet de aanvrager premieplichtig zijn voor de desbetreffende volksverzekeringen. Met de onherroepelijke beslissing op de verlengingsaanvraag voor een verblijfstitel is ook de verzekering voor de volksverzekeringen geƫindigd en was belanghebbende ook niet premieplichtig.