NTFR 2020/271 - Geen recht op kinderbijslag voor periode van mini-job in Duitsland
ECLI:NL:HR:2020:18, datum uitspraak 24-01-2020, publicatiedatum 24-01-2020
Aflevering 5, gepubliceerd op 30-01-2020 met annotatie van mr. J.D. SchoutenDe Sociale Verzekeringsbank (SVB) heeft aan belanghebbende vanaf 1 januari 2001 geen kinderbijslag toegekend, omdat zij vanaf dat moment als zogeheten ‘geringfügig Beschäftigte’ (mini-job) in Duitsland werkzaam was. Bij een dergelijk dienstverband wordt minder dan een bepaald aantal dagen in een tijdvak gewerkt. Een dergelijke werknemer is in Duitsland niet verzekerd voor de sociale verzekeringen. In geschil is of het EU-recht verplicht om kinderbijslagrechten toe te kennen over de periode waarin in Duitsland is gewerkt. De Hoge Raad (2 februari 2018, nr. 16/03747, NTFR 2018/360) heeft hierover prejudiciële vragen gesteld aan het HvJ. Het HvJ (19 september 2019, gevoegde zaken C-095/18 en C-096/18, NTFR 2019/2488) heeft deze vragen beantwoord. Naar aanleiding van deze prejudiciële beslissing oordeelt de Hoge Raad dat Nederland als woonland niet verplicht is om in afwijking van zijn nationale wetgeving aan belanghebbende kinderbijslag toe te kennen voor een tijdvak waarin zij op grond art. 13 Vo. 1408/71 onderworpen is geweest aan de socialezekerheidswetgeving van de werklidstaat.