NTFR 2025/1885 - Nederland kan heffen over afkoop pensioen in eigen beheer door inwoner Korea (art. 81.1 Wet RO)
ECLI:NL:HR:2025:1744, datum uitspraak 21-11-2025, publicatiedatum 21-11-2025
Aflevering 48, gepubliceerd op 25-11-2025 Belanghebbende woont in 2017 in Zuid-Korea. In 2017 is het pensioen dat belanghebbende in eigen beheer bij een bv heeft opgebouwd, afgekocht. In de aangifte heeft belanghebbende de pensioenafkoop aangemerkt als elders belast inkomen. De inspecteur heeft de pensioenafkoop in de heffing betrokken zonder voorkoming van dubbele belasting. In geschil is of het heffingsrecht ter zake van de pensioenafkoop, aan Nederland toekomt. Het hof (hof Den Haag 3 oktober 2023, nr. 22/01304, ECLI:NL:GHDHA:2023:22212017, NTFR 2024/111) oordeelt, anders dan de rechtbank, dat Nederland het heffingsrecht heeft over de pensioenafkoop. Volgens het hof spitst het geschil zich toe op de vragen (i) of de bv kwalificeert als onderneming van de bronstaat, en zo ja, (ii) of de pensioenafkoop als zodanig ten laste is gekomen van haar winst, een en ander als bedoeld in art. 19 lid 2 Verdrag Nederland-Zuid-Korea. Het hof beoordeeld de eerste vraag aan de hand van de Wet Vpb 1969, omdat in het verdrag geen definitie van het begrip ‘onderneming’ staat opgenomen. In algemene zin wordt onder ‘onderneming’ verstaan: een duurzame organisatie van kapitaal en arbeid waarmee wordt beoogd door deelname aan het economische verkeer winst te behalen. Niet in geschil is dat de bv vanaf de pensioentoezegging in 1999 tot medio 2011 een dergelijke (materiële) onderneming dreef. In deze jaren zijn dotaties aan de pensioenvoorziening ten laste van haar winst gebracht. Op deze grond is sprake van een onderneming van Nederland voor toepassing van art. 19 lid 2 Verdrag Nederland-Zuid-Korea. Met betrekking tot de tweede vraag is volgens het hof de boekhoudkundige verwerking in de (fiscale) jaarstukken van de bv van ondergeschikt belang, aangezien deze op verschillende manieren kan plaatsvinden met hetzelfde eindresultaat. Het gaat in dit geval om de uitleg van de zinsnede ‘charged as such against profits’, waarvan in de Nederlandse belastingwetgeving geen omschrijving voorhanden is. Bij de uitleg hiervan gaat het niet in strikte zin om de verwerking van de betaling van de afkoopsom in het jaar van de pensioenafkoop, maar dient ook in aanmerking te worden genomen op welke wijze het voor de pensioenafkoop beschikbare saldo (in eerdere jaren) met dit oogmerk ten laste van de winst is gevormd. In een geval van pensioen in eigen beheer waarbij ten laste van de winst een voorziening wordt gevormd met als doel in de toekomst pensioenuitkeringen aan de dga te doen, betekent dit dat deze uitkeringen ‘als zodanig’ ten laste van de winst komen. Belanghebbende gaat derhalve uit van een te beperkte uitleg van de zinsnede ‘charged as such against profits’. De pensioenafkoop komt immers ten laste van de door de bv opgebouwde pensioenvoorziening, die in de opbouwjaren is gevormd ten laste van de winst door middel van dotaties aan deze voorziening (en vanaf medio 2011 door oprenting van de voorziening). Het hof oordeelt dan ook dat de pensioenafkoop als zodanig ten laste van de winst van de bv is gekomen in de zin van art. 19 lid 2 Verdrag Nederland-Zuid-Korea en dat het heffingsrecht ter zake van de pensioenafkoop aan Nederland toekomt. De inspecteur heeft de pensioenafkoop derhalve terecht in de heffing van inkomstenbelasting betrokken.