ECLI:NL:PHR:2025:1324, datum uitspraak 05-12-2025, publicatiedatum 19-12-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van mr. D. Hajer
In elk van de zes zaken is het volgende aan de orde. De belanghebbende is in dienst bij een Liechtensteinse werkgever. Op het loon uit deze dienstbetrekking zijn Liechtensteinse socialezekerheidspremies ingehouden. Er is echter komen vast te staan dat het Nederlandse socialezekerheidsrecht van toepassing is op belanghebbende. In dit verband zijn verschillende geschilpunten ontstaan over de aanslag IB/PVV die aan de belanghebbende is opgelegd en waarin het loon is begrepen. Hof Arnhem-Leeuwarden 29 oktober 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:6688 heeft het hoger beroep van de belanghebbende gegrond verklaard. De staatssecretaris heeft principaal beroep in cassatie ingesteld. De belanghebbende heeft incidenteel beroep in cassatie ingesteld.
ECLI:NL:PHR:2025:1325, datum uitspraak 05-12-2025, publicatiedatum 19-12-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van mr. D. Hajer
Belanghebbende is in dienst bij een Liechtensteinse werkgever. Op het loon uit deze dienstbetrekking zijn Liechtensteinse socialezekerheidspremies ingehouden. Er is echter komen vast te staan dat het Nederlandse socialezekerheidsrecht van toepassing is op belanghebbende. In dit verband zijn verschillende geschilpunten ontstaan over de aanslag IB/PVV die aan belanghebbende is opgelegd en waarin het loon is begrepen. Hof Den Haag 9 januari 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:1 heeft het hoger beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld.
ECLI:NL:PHR:2025:1326, datum uitspraak 05-12-2025, publicatiedatum 19-12-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van mr. D. Hajer
Belanghebbende is in dienst bij een Liechtensteinse werkgever. Op het loon uit deze dienstbetrekking zijn Liechtensteinse socialezekerheidspremies ingehouden. Er is echter komen vast te staan dat het Nederlandse socialezekerheidsrecht van toepassing is op belanghebbende. In dit verband zijn er verschillende geschilpunten ontstaan over de aanslag IB/PVV die aan belanghebbende is opgelegd en waarin het loon is begrepen. Hof Den Bosch 5 maart 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:598 heeft het hoger beroep van belanghebbende ongegrond verklaard. Belanghebbende heeft beroep in cassatie ingesteld.
ECLI:NL:GHSHE:2025:1774, datum uitspraak 25-06-2025, publicatiedatum 24-09-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van mr. E. Swaving Dijkstra
ECLI:NL:GHARL:2025:6985, datum uitspraak 04-11-2025, publicatiedatum 14-11-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van mr. A.J.M. Arends
De minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening heeft, mede namens de staatssecretaris Financiën – Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane, Kamervragen over de kamerverhuurvrijstelling.
De Kennisgroep onroerende zaken heeft een vraag beantwoord over de werking van de inkortingsregeling voor het overgangsrecht van bestaande eigenwoningschulden.
ECLI:NL:GHARL:2025:6992, datum uitspraak 04-11-2025, publicatiedatum 14-11-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van mr. E. Alink
ECLI:NL:RBGEL:2025:10232, datum uitspraak 12-09-2025, publicatiedatum 28-11-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van mr. R.S. Bekker
AOW, verdeling, herverdeling, voorschot, teruggaaf, eigen woning
Het fiscale belang van een verlengde belastingplicht na emigratie voor zeer vermogende personen (trailing tax) is beperkt en de uitvoeringslasten ervan zijn groot. Dit schrijft de staatssecretaris van Financiën - Fiscaliteit, Belastingdienst en Douane in een Kamerbrief over het vervolgonderzoek naar het invoeren van een trailing tax.
De Kennisgroep inkomstenbelasting niet-winst heeft de vraag beantwoord of er sprake is van een aftrekbare gift wanneer een belastingplichtige als vrijwilliger werkzaamheden verricht voor een door een anbi georganiseerd evenement en de bijbehorende reis ernaartoe en daarvoor aan die instelling moet betalen.
ECLI:NL:HR:2025:1957, datum uitspraak 19-12-2025, publicatiedatum 19-12-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van mr. drs. J. Bierman BA
Belanghebbende, moedervennootschap van een fiscale eenheid, heeft in 2010 een verlies van € 2,1 miljoen (voorvoegingsverlies) geleden. Zij hield ook dochters buiten de fiscale eenheid, waaronder de winstgevende Oud bv. Laatstgenoemde dochtervennootschap is op 19 december 2014 alsnog opgenomen in de fiscale eenheid. Op 3 februari 2015 heeft belanghebbende een nieuwe dochtervennootschap (Nieuw bv) opgericht, die meteen in de fiscale eenheid werd opgenomen. Binnen de fiscale eenheid is Oud bv op 23 maart 2015 als verdwijnende vennootschap juridisch gefuseerd met Nieuw bv als verkrijger, waardoor de (winstgevende) onderneming van Oud bv onder algemene titel werd verkregen door Nieuw bv. Op verzoek van belanghebbende is de fiscale eenheid ten aanzien van Oud bv als de verdwijnende vennootschap, niet verbroken.
ECLI:NL:PHR:2025:1039, datum uitspraak 26-09-2025, publicatiedatum 10-10-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van mr. H. Lohuis
Belanghebbende is moeder van een fiscale eenheid met onder meer LB. Belanghebbende/LB en het Franse concern RC zijn op 13 oktober 2016 overeengekomen dat RC alle handel in de alcoholische drank P inbrengt in haar dochter P. LB stort daarna € 5 miljoen in P tegen uitreiking van 7% van de aandelen P, waardoor RC nog 93% houdt. Een Shareholders’ Agreement bepaalt dat winstuitdeling door P unanieme instemming van de Ava behoeft en dat LB tijdelijk 50,1% van de stemmen heeft. De partijen zijn verder op 1 december 2016 een Call and Put Option Agreement aangegaan, dat in een samenstel van vier urgerende call- en putopties voorziet, waaronder Call Option A, die LB het recht geeft om het 93%-belang in P van RC te kopen tegen een bepaalde uitoefenprijs en binnen een bepaald uitoefenvenster. LB heeft die optie op 2 december 2020 uitgeoefend. Belanghebbende heeft haar economische belang bij 93% in P ultimo 2016 als deelneming geactiveerd en daartegenover een contant gemaakte toekomstige betalingsverplichting gepassiveerd, beide posten op € 66.637.748. Zij heeft dat bedrag elk jaar opgerent met het verschil tussen de contante en de nominale waarden van de betalingsverplichting en die oprenting elk jaar ten laste van haar winst gebracht. De inspecteur heeft de oprenting van die passiefpost niet in aftrek toegelaten.
ECLI:NL:GHDHA:2025:2317, datum uitspraak 12-08-2025, publicatiedatum 01-12-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van mr. P.A. Spijker
ECLI:NL:GHSHE:2025:3240, datum uitspraak 05-11-2025, publicatiedatum 18-11-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van mr. H.G. Bentveld
ECLI:NL:GHSHE:2025:3548, datum uitspraak 10-12-2025, publicatiedatum 16-12-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van dr. H.J. Bresser
ECLI:NL:RBZWB:2025:8593, datum uitspraak 08-12-2025, publicatiedatum 16-12-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van dr. M. van Dun
Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 geschreven door prof. mr. dr. M.F. de Wilde
De Kennisgroep Pijler 2 heeft een standpunt gepubliceerd over de verwerking van een belastingbate in verband met een aanpassing van de acute belastinglast over het verslagjaar 2021, zijnde een verslagjaar dat ligt voor de inwerkingtreding van de Wet minimumbelasting 2024.
Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 geschreven door prof. mr. dr. M.F. de Wilde
De Kennisgroep Pijler 2 heeft een vraag beantwoord over de berekening van het bedrag aan inkomen-inclusiebijheffing in geval van een overdracht, binnen dezelfde groep, gedurende het verslagjaar, van een laagbelaste groepsentiteit door een in Nederland gevestigde moederentiteit aan een andere moederentiteit die gevestigd is in een andere staat.
De Kennisgroep dividendbelasting en bronbelasting heeft de vraag beantwoord of de inhoudingsvrijstelling van art. 4 lid 2 Wet DB van toepassing is wanneer de aandelen in de inhoudingsplichtige worden gehouden door een transparant samenwerkingsverband dat een materiële onderneming drijft.
De Kennisgroep bijzondere winstbepalingen vpb heeft twee standpunten geactualiseerd naar aanleiding van wetswijzigingen. Er hebben vernummeringen en verletteringen plaatsgevonden. Verder is van de gelegenheid gebruikgemaakt om enkele redactionele wijzigingen in deze standpunten aan te brengen. Inhoudelijk zijn er geen wijzigingen beoogd.
Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 geschreven door mr. D.C. Simonis
De Kennisgroep bijzondere winstbepalingen vpb heeft een vraag beantwoord over de toepassing van het regime voor fiscale beleggingsinstellingen als bedoeld in art. 28 Wet Vpb 1969. De vraag ziet op ‘bijkomstige werkzaamheden die rechtstreeks verband houden met beleggingen in vastgoed’ in de zin van art. 28 lid 3 onderdeel e Wet Vpb 1969.
Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 geschreven door mr. D.C. Simonis
De Kennisgroep bijzondere winstbepalingen vpb heeft een vraag beantwoord over de toepassing van het regime voor fiscale beleggingsinstellingen als bedoeld in art. 28 Wet Vpb 1969. Het gaat om de vraag wat wordt verstaan onder ‘uitlenen van gelden die van derden zijn ingeleend’ in de zin van art. 28 lid 3 onderdeel d Wet Vpb 1969.
De Belastingdienst heeft het thema Vraag en antwoord kwalificatie rechtsvormen / FGR / VBI geactualiseerd. Het document is uitgebreid met het onderdeel Praktische uitgangspunten behandeling fondsen voor gemene rekening.
De staatssecretaris van Financiën heeft het besluit van 5 juli 2010, nr. DGB2010/872M gewijzigd. Het een wijzigingsbesluit betreft de breukdelengemeenschap.
Dit standpunt behandelt de vraag of het opnemen van een wederkerig verplicht finaal verrekenbeding in een notarieel samenlevingscontract tot een gift kan leiden.
ECLI:NL:RBNHO:2025:12706, datum uitspraak 14-10-2025, publicatiedatum 11-11-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van mr. E.D. Postema
woning, bedrijfsruimte, winkel, aard van de onroerende zaak, kenmerken van het bouwwerk, overdrachtsbelasting
ECLI:NL:RBZWB:2025:7514, datum uitspraak 03-11-2025, publicatiedatum 11-11-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van mr. J.A. de Vries
ECLI:NL:RBZWB:2025:8088, datum uitspraak 19-11-2025, publicatiedatum 25-11-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van prof. mr. R.A. Wolf
kwijtschelding, finale kwijting, pleitbaar standpunt, verzuimboete
ECLI:NL:RBZWB:2025:8091, datum uitspraak 19-11-2025, publicatiedatum 25-11-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van drs. C. Verweij
ECLI:NL:RBZWB:2025:8378, datum uitspraak 27-11-2025, publicatiedatum 04-12-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van dr. D. Molenaar
ECLI:NL:RBZWB:2025:8458, datum uitspraak 01-12-2025, publicatiedatum 09-12-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van mr. R. van Elten
Dit besluit geeft een toelichting op de reikwijdte en toepassing van Tabel I behorend bij de Wet op de omzetbelasting 1968. In deze tabel zijn goederen en diensten opgenomen waarvoor het verlaagde btw-tarief geldt.
ECLI:NL:GHSHE:2025:2852, datum uitspraak 15-10-2025, publicatiedatum 13-11-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van mr. E.G. Borghols
Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 geschreven door mr. E.D. Postema
De staatssecretaris van Financiën heeft een wijziging van de Uitvoeringsregeling instructie waardebepaling Wet waardering onroerende zaken (Uitv.reg. iw WOZ) gepubliceerd.
ECLI:NL:HR:2025:1823, datum uitspraak 19-12-2025, publicatiedatum 19-12-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van mr. I. van Wijk
De heffingsambtenaar heeft in de bezwaarfase art. 40 Wet WOZ geschonden door niet conform het verzoek van belanghebbende de grondstaffels en de KOUDV-factoren van de woning en de vergelijkingsobjecten toe te sturen. Hof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2023:1987) heeft aan belanghebbende niettemin geen vergoeding van proceskosten en van griffierecht toegekend. In cassatie houdt deze beslissing geen stand. Een succesvol beroep op schending van art. 40 Wet WOZ dient namelijk, zoals volgt uit HR 24 januari 2025, ECLI:NL:HR:2025:106, NTFR 2025/245, te leiden tot toekenning van een proceskostenvergoeding, tenzij zich bijzondere omstandigheden voordoen. Dat is hier niet aan de orde. De omstandigheid dat zonder de schending van art. 40 Wet WOZ ook beroep en hoger beroep zouden zijn ingesteld, is geen bijzondere omstandigheid. De Hoge Raad doet zelf wat het hof had behoren te doen en kent belanghebbende proceskosten- en griffierechtvergoedingen voor het beroep en hoger beroep toe. Daarnaast krijgt belanghebbende die vergoedingen ook voor de cassatiefase.
ECLI:NL:HR:2025:1949, datum uitspraak 19-12-2025, publicatiedatum 19-12-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 07-01-2026 met annotatie van mr. K. de Jong-Braaksma
Aan belanghebbende is voor het parkeren op 2 maart 2023 omstreeks 11.56 uur, op een plaats waar een maximale parkeerduur van 90 minuten geldt, een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd. De auto is via een parkeerapplicatie aangemeld op 2 maart 2023 van 09.10 tot 10.40 uur. De rechtbank heeft geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat belanghebbende de in beroep gemaakte proceskosten redelijkerwijs heeft moeten maken en heeft alleen voor de bezwaarfase een proceskostenvergoeding toegekend, met toepassing van een wegingsfactor 0,5. Zowel belanghebbende als de heffingsambtenaar heeft hoger beroep ingesteld.
ECLI:NL:HR:2025:1974, datum uitspraak 19-12-2025, publicatiedatum 19-12-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van mr. J. Hollander
Belanghebbende heeft de wraking verzocht van twee belastingraadsheren van de Hoge Raad. Het wrakingsverzoek zou op 2 december 2025 ter zitting van de wrakingskamer worden behandeld, maar dat is niet doorgegaan. Op die dag heeft belanghebbende twee leden van de wrakingskamer gewraakt, omdat die twee leden niet hebben gereageerd op verzoeken van zijn kant. Een andere wrakingskamer van de Hoge Raad laat het (tweede) wrakingsverzoek buiten behandeling wegens evident misbruik van het wrakingsmiddel. Verder oordeelt de wrakingskamer dat een na de datum van deze uitspraak ingediend wrakingsverzoek in de lopende belastingzaken met nummers 24/00705, 24/00708 en de lopende eerste wrakingszaak met nummer 25/03569 niet in behandeling wordt genomen.
ECLI:NL:GHARL:2025:5578, datum uitspraak 11-09-2025, publicatiedatum 09-12-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van mr. I. van Wijk
wraking, onpartijdigheid, oneigenlijk gebruik rechtsmiddelen
ECLI:NL:GHARL:2025:7594, datum uitspraak 25-11-2025, publicatiedatum 05-12-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van mr. P.G.M. Jansen
ECLI:NL:GHSHE:2025:2587, datum uitspraak 24-09-2025, publicatiedatum 29-10-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van mr. M.H. Hogendoorn
ECLI:NL:RBZWB:2025:7696, datum uitspraak 10-11-2025, publicatiedatum 18-11-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van mr. N. ten Broek
Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 geschreven door mr. N. Kolste
Het kabinet onderschrijft het belang van laagdrempelige fiscale rechtshulp en ziet dat er al veel voorzieningen bestaan om burgers te ondersteunen. Staatssecretaris Heijnen concludeert dat uitbreiding van toevoegingen voor rechtsbijstand naar fiscaal adviseurs op dit moment niet noodzakelijk is.
Met de nieuwe Administratiecheck voor horecaondernemers ondersteunt de Belastingdienst ondernemers om hun administratie vanaf het begin goed op te zetten en bij te houden.
Elk jaar ontvangt de Belastingdienst miljoenen aangiften inkomstenbelasting. Maar hoe wordt al dat aangiftewerk eigenlijk gecontroleerd? In dit bericht op het Forum Fiscaal Dienstverleners legt de redactie stap voor stap uit hoe dat proces verloopt.
ECLI:EU:C:2025:873, datum uitspraak 13-11-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van dr. M.J. van Hulten LLM en mr. L.I. Ehrencron
erf- en schenkbelasting, familiestichting, Liechtenstein, EER, Vrij kapitaalverkeer, tariefgroep, belastingvrije som
ECLI:NL:GHSHE:2025:3036, datum uitspraak 05-11-2025, publicatiedatum 25-11-2025 Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 met annotatie van mr. S. Verheul
Aflevering 1-2, gepubliceerd op 06-01-2026 geschreven door prof. mr. dr. M.F. de Wilde
In het Eindejaarsbesluit 2025 zijn wijzigingen opgenomen van het Uitvoeringsbesluit minimumbelasting 2024 (UB MB 2024). De delegatiebepalingen van de Wet minimumbelasting 2024 (Wmb 2024) zijn uitgewerkt, onder meer via nadere regels voor geaggregeerde passieve belastinglatenties, kruislingse verrekening van betrokken belastingen, de toerekening van gecorrigeerde mutaties in belastinglatenties en de behandeling van aankoopprijsaanpassingen in de kwalificerende financiële verslaggeving, zodat het besluit aansluit bij de OESO-/IF‑richtsnoeren en de EU‑richtlijn minimumbelasting.
De Kennisgroep IBR IB niet-winst/LB/PH aanslag heeft een standpunt ingenomen over het lerarenartikel in het belastingverdrag Nederland – België. De vraag ziet op een zelfstandige die als docent werkt voor een Nederlandse onderwijsinstelling en vervolgens na twee jaar in dienst treedt als docent bij dezelfde onderwijsinstelling.