TA 2008, afl. 3 - Grenzen aan de belangenafweging door de – nationale – rechter ?
Aflevering 3, gepubliceerd op 01-06-2008 geschreven door Sylvia EversRecentelijk hebben zowel de Voorzieningenrechter Den Bosch als het Hof Den Bosch, in verschillende zaken, op basis van een belangenafweging de vorderingen van een teleurgestelde inschrijver afgewezen, ondanks het feit dat in beide zaken de onrechtmatigheid van de gevolgde aanbestedingsprocedure is aangenomen. De vraag is of een belangenafweging zich in dat geval verdraagt met het EG-recht, meer in het bijzonder met de oude en nieuwe rechtsbeschermingrichtlijn en de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen (“HJEG”). Voorts zal worden stilgestaan bij de vraag welke eisen in dat kader aan zo’n belangenafweging vanuit het EG-recht worden gesteld. Daarnaast zal aandachtworden besteed aan de wijze waarop de Europese en Nederlandse kort gedingrechter in de afgelopen jaren met belangenafwegingen (na de vaststelling in rechte dat de gevolgde aanbestedingsprocedure onrechtmatig was) zijn omgegaan. In dit artikel komt niet aan de orde de vraag in welk geval een partij een (proces-) belang bij zijn vordering in rechte heeft en wanneer niet. Over dat – belangwekkende – onderwerp verschenen in dit tijdschrift immers al uitgebreide bijdragen van Mr Heemskerk en Mr Jansen.