TOP 2007, afl. 7 - Sign. - Over parallelle en tegenstrijdige belangen, HR 29 juni 2007, C06/041HR , LJN : BA0033 (Bruil-Kombex/Bruil Arnhem)
Aflevering 7, gepubliceerd op 01-10-2007 geschreven door Mr. R.F. HofstedeDat het leerstuk van vertegenwoordiging bij tegenstrijdig belang nog altijd veel aandacht geniet, blijkt uit de ruime hoeveelheid publicaties over dit onderwerp (zie kader). Deze belangstelling heeft mijns inziens onder meer te maken met de veelheid van met het tegenstrijdigbelangbegrip samenhangende leerstukken, zoals vragen omtrent vertegenwoordiging, besluitvorming, externe werking en onderzoeksplicht. De laatste jaren placht men in de literatuur en in de praktijk veiligheidshalve uit te gaan van een (zeer) ruime strekking van de tegenstrijdigbelangbepaling. Niet alleen een direct, maar ook een indirect en zelfs een kwalitatief tegenstrijdig belang werden geacht onder de reikwijdte van art. 2:256 BW te vallen. Een dergelijke ruime uitleg had tot gevolg dat een bestuurder tevens bestuurder/aandeelhouder bij de wederpartij nagenoeg zonder meer geacht werd een tegenstrijdig belang te kunnen hebben. De hoedanigheid van de bestuurder (met meerdere petten op) leek op basis van jurisprudentie van de Hoge Raad immers al voldoende om het bestaan van een tegenstrijdig belang aan te kunnen nemen. Mr. R.F. Hofstede