TOP 2017/314 - Sign. - Raden van Commissarissen bij vennootschappen van professionals: een categorie apart? (TvOB 2017-3, p. 87, prof. mr. C.A. Schwarz en prof. dr. mr. P.M. van der Zanden)
Aflevering 5, gepubliceerd op 25-07-2017 Het is lang zo geweest dat vrije beoefenaren zoals artsen, accountants en advocaten, hun beroep als zelfstandige uitoefenden. De persoonlijke beroepsuitoefening stond voorop want het ging om het aanwenden van de intellectuele capaciteiten van de beroepsbeoefenaar. En als men al wilde samenwerken gebeurde dat in maatschapsverband, een rechtsvorm die speciaal was ontworpen voor de beroepsbeoefenaar. Maar gaandeweg was er sprake van een steeds sterker waarneembare ondernemingsgewijze benadering van de beroepsuitoefening. De praktijken werden groter en vergden aanzienlijke investeringen in ondersteunende bedrijfsmiddelen zoals ICT-voorzieningen. De aansturing werd complexer en ook steeds hiërarchischer, wellicht ook mede veroorzaakt door de toenemende geneigdheid ingeval van schade of uitblijvende resultaten, ook bij een licht vermoeden van schuld, pogingen in het werk te stellen de beroepsbeoefenaar aansprakelijk te houden. Tegen die achtergrond besloten steeds meer organisaties van professionals hun activiteiten, ook met het oog op beperking van aansprakelijkheid, vanuit een naamloze of besloten vennootschap uit te oefenen, verder aan te duiden als ‘vrije-beroeps-vennootschappen’. De auteurs bespreken in dit artikel deze ontwikkeling, de specifieke juridisch-organisatorische problematiek en de specifieke rol van commissarissen bij deze bijzondere vennootschappen.