WPNR 2005, afl. 6617 - Naschrift
Aflevering 6617, gepubliceerd op 09-04-2005 geschreven door C.A. KraanIn WPNR (2005) 6609 staat (op p. 128) dat op grond van het arrest HR 12 januari 2002, NJ 2002, 271 (Koren/ Tekstra) verdedigd kan worden dat ‘de rol van de notaris bij de afwikkeling van een transport ook zo gezien kan worden dat de notaris de koopsom voor de overdracht houdt voor de koper (of diens hypothecaire financier) en na de overdracht voor degene die daarop recht zal blijken te hebben, te weten bij het bestaan van een hypotheek de hypotheekhouder en voor het restant de verkoper.’ Schoordijk meent dat die rol blijkens dit arrest niet zo gezien kan worden, maar dat hij blijkens dit arrest zo is. Ik betwijfel dat. Ik neem, anders dan Schoordijk, niet aan dat de storting van de koopsom berust op een overeenkomst waarbij ook de hypotheekhouder partij is. Dat is een gewrongen constructie. Er is bij betaling van de koopsom sprake van een overeenkomst tussen verkoper, koper en notaris waarbij mijns inziens alleen sprake is van een voorwaardelijk recht van verkoper en koper. De verkoper heeft recht op de koopsom onder de opschortende voorwaarde dat hij levert vrij van hypotheek en beslag, de koper onder de ontbindende voorwaarde dat hij het verkochte conform de gemaakte afspraak geleverd krijgt. Het voorwaardelijk recht van de verkoper is beperkt tot het bedrag dat na aflossing van de hypotheekschuld voor hem resteert. In zoverre is het arrest Koren/Tekstra van toepassing. Het voor aflossing bestemde bedrag kan door de notaris, gezien de rechtsverhouding die bestaat tussen hem, de koper en de verkoper, alleen aan de hypotheekhouder worden overgemaakt. Daarom houdt de notaris dit bedrag na het passeren van de akte alleen voor de hypotheekhouder, niet omdat de hypotheekhouder partij zou zijn bij de overeenkomst. Overigens, de mededeling dat een beslag op de hele koopsom kleeft, lijkt mij glashelder.