WPNR 2008, afl. 6778 - Wat is tuchtrecht?
Aflevering 6778, gepubliceerd op 06-11-2008 geschreven door Prof. mr. drs. J.S.L.A.W.B. RoesHet onderwerp ‘Toezicht en tuchtrecht’ is ‘in’. In het Notariaat Magazine, het maandelijkse opinieblad van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (hierna: KNB), kunnen we momenteel in iedere aflevering wel een of meerdere bijdragen over het onderwerp lezen.Zie voor een overzicht van deze bijdragen in de afgelopen twee jaren: F. Schonewille, ‘Over de aspiratie van het notariële tuchtrecht, de liefde voor de querulante cliënt en de toepassing van mediation bij klachten’, WPNR 139 (2008) 6768 en 6769, resp. 701-703 en 718-721. Onlangs, op 24 september 2008, werd door de KNB de ‘intercollegiale toetsing’ verplicht gesteld, de steekproefsgewijze toetsing van ieder notariskantoor, eens in de drie jaar, door speciaal daartoe opgeleide notarissen (‘auditoren’, ‘kwaliteitstoetsers’).Bron: www.notaris.nl (de website van de KNB), rubriek ‘Laatste nieuws’, d.d. 25 september 2008, door mij geraadpleegd op 1 oktober 2008. Het Bureau Financieel Toezicht (BFT) krijgt na de voorgestelde wetswijziging als ‘Bureau Toezicht Notariaat’ een grotere rol toebedeeld. Deze verplichting is een goed voorbeeld van het beoogde verscherpte toezicht op het Nederlandse notariaat. Toezicht is, zoals bekend, iets geheel anders dan tuchtrecht. Zo is, om slechts een enkel verschil te noemen, toezicht primair preventief en tuchtrecht veeleer repressief. Toezicht fungeert niet zelden als voorportaal (‘voortraject’) tot het tuchtrecht.D.T. Boks, T.R. Hidma, ‘Toezicht en tucht’, WPNR 130 (1999), 6363 (themanummer ‘Een nieuwe wet op het notarisambt’), 507-513, ald. 509, resp. 511. Zie over de verschillen tussen toezicht en tuchtrecht ook: P.J.N. van Os, ‘Tekortkomingen in het huidige tuchtrecht’, in: P.H.M. Gerver, B.E. Reinhartz (red.), 100 jaar notarieel toezicht. Lezingen van een studiemiddag gehouden op 10 november 2004 te Amsterdam georganiseerd door de Universiteit van Amsterdam en de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie. Ars Notariatus 130 (Amsterdam-Deventer 2005) 25-37, ald. 26-28. Beide begrippen worden echter dikwijls in één adem genoemd, misschien wel omdat in het notariaat nog steeds geen goede, wettelijke scheiding tussen beide fenomenen is aangebracht - volstrekt onjuist overigens en eigenlijk onbegrijpelijk. De aanbeveling uit 2005 van de Commissie-Hammerstein in dezen (‘Een scheiding aanbrengen tussen toezicht en tuchtrecht.’) dient nog definitief verwezenlijkt te worden.Commissie Evaluatie Wet op het notarisambt (‘CommissieHammerstein’), Het beste van twee werelden (Den Haag 2005), hierna geheten: Rapport van de Commissie-Hammerstein, 53 (Aanbeveling 6.1); aanbeveling in navolging van Werkgroep Toezicht notariaat (‘Commissie-Van Delden’), Rapport Toezicht notariaat (Den Haag 1999). Inmiddels is van de hand van de Staatssecretaris van Justitie een concept-wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op het notarisambt gepubliceerd; de scheiding tussen toezicht en tuchtrecht is hiervan een onderdeel en ‘komt er dus aan’.Zie: Notamail 3 oktober 2008, nr. 258. Over het toezicht op het notariaat zal ik het in deze bijdrage verder niet hebben; aan de orde is thans het notariële tuchtrecht.