WPNR 2010, afl. 6865 - Naschrift
Aflevering 6865, gepubliceerd op 27-11-2010 geschreven door prof. mr. L.C.A. Verstappen1. Overeenkomstig art. 1:90 lid 2 BW heeft de echtgenoot die de formele verkrijger is van een tot een huwelijksgemeenschap behorend goed, het bestuur over dat goed. Het bestuur van een echtgenoot over een goed omvat de uitoefening, met uitsluiting van de andere echtgenoot, van de daaraan verbonden bevoegdheden, daaronder begrepen de bevoegdheid tot beschikking en de bevoegdheid om ten aanzien van dat goed feitelijke handelingen te verrichten en toe te laten, onverminderd de bevoegdheden tot genot en gebruik die de andere echtgenoot overeenkomstig de huwelijksverhouding toekomen. Uit deze bepaling blijkt duidelijk dat zowel in de interne verhouding als in de externe verhouding de formele verkrijger privatief bestuursbevoegd is. Het bestuur omvat met name ook de uitoefening van alle daaraan toegekende lidmaatschapsrechten, zoals het bijwonen van vergaderingen en het uitoefenen van stemrecht.