WPNR 2011, afl. 6869 - Modernisering van het omgevingsrecht: de omgevingsvergunning
Aflevering 6869, gepubliceerd op 08-01-2011 geschreven door Mr. K.J. de GraafNa een lange parlementaire behandeling is op 1 oktober 2010 de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden.In eerste instantie was 1 januari 2007 de streefdatum voor inwerkingtreding, maar het wetsvoorstel Wabo werd pas op 18 oktober 2006 aangeboden aan de Tweede Kamer. Zie voor de Wabo (Kamerstukken 30 844) Stb. 2008, 496 en voor de Invoeringswet Wabo (Kamerstukken 31 953) Stb. 2010, 142 en voor de inwerkingtreding Stb. 2010, 231. Zie voor meer informatie: http://www.infomil.nl/omgevingsvergunning. Deze wet creëert voor burgers de verplichting te beschikken over een zogenaamde omgevingsvergunning voor projecten die bestaan uit plaatsgebonden, specifiek aangewezen activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving. Daarnaast kent de wet, minstens even belangrijk, een brede regeling voor toezicht en handhaving. De nieuwe vergunning voegt circa 25 bestaande toestemmingsstelsels samen op het terrein van bouwen, wonen, ruimte, natuur en milieu, waaronder niet alleen stelsels uit de Woningwet (bouwvergunning), de Wet ruimtelijke ordening (aanleg- en sloopvergunning, projectbesluit en ontheffingen van het bestemmingsplan),H. Ploeger bespreekt in deze aflevering van dit tijdschrift de per 1 juli 2008 ingevoerde nieuwe Wet ruimtelijke ordening (Wro), welke door de invoering van de Wabo gewijzigd zal worden. Zie daarover ook Stb. 2010, 187. de Wet milieubeheer (milieuvergunning en zogenaamde 8.19 Wm-melding) en de Monumentenwet 1988 (Rijksmonumentenvergunning), maar ook stelsels uit gemeentelijke (sloop-, alarm-, kap- en reclamevergunning) en provinciale (uitwegvergunning) verordeningen. Daarnaast is in voorkomend geval een constructie bedacht om ook de vergunning respectievelijk de ontheffing op grond van de Natuurbeschermingswet 1998 en de Flora- en faunawet te integreren in de nieuwe omgevingsvergunning. Met de komst van de Wabo, het daarop gebaseerde Besluit Omgevingsrecht (Bor), de ministeriële Regeling Omgevingsrecht (Mor)Zie voor het Bor Stb. 2010, 143 en voor de Mor Stcrt. 2010, 5162. en de Invoeringswet Wabo, gaat een groot deel van het palet aan in het omgevingsrecht geregelde toestemmingen derhalve op de schop. Ondanks dat verschillende publiekrechtelijke toestemmingen worden samengevoegd tot één vergunning met één set van op elkaar afgestemde voorschriften, is de insteek van de wetgever om de geldende toetsingskaders, die worden gebruikt om te bepalen of een publiekrechtelijke toestemming al dan niet moet worden verleend, inhoudelijk niet te wijzigen.De toetsingskaders zijn terug te vinden in de art. 2.10 t/m 2.20 Wabo. Uitgangspunt is daarom dat het toetsingskader voor de omgevingsvergunning niets meer is dan een samenstelling van de huidige toetsingskaders, zonder dat deze geïntegreerd worden. De omgevingsvergunning wordt daarom ook wel aangeduid als ‘een integrale vergunning met schotten’.De omschrijving komt uit een brief van de Minister van VROM van 23 september 2004 (Kamerstukken II 2004/05, 29 383, nr. 18) waarin onderscheid wordt gemaakt tussen vier modellen voor de invoering van de één-loket-gedachte: model 1) de paperclipvergunning, model 2) de samenvoegvergunning, model 3) de integrale vergunning met schotten en model 4) de volledig integrale vergunning. De Wabo is dus (voorlopig) te zien als een Model 3.