WPNR 2011, afl. 6892 - De verhouding tussen de EEXVerordening (Brussel I) en de Insolventieverordening
Aflevering 6892, gepubliceerd op 18-06-2011 geschreven door Mw. mr. dr. T.M. BosGrensoverschrijdende insolventieprocedures zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van de EEXVerordening (hierna: EEX-Vo of Brussel I).Art. 1 lid 2 aanhef en onder b, van de Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad van 22 december 2000 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, Pb EG L 12. De rechtsmacht en de erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen in grensoverschrijdende insolventieprocedures is geregeld in de Insolventieverordening (hierna: InsVo).Verordening (EG) nr. 1346/2000 van de Raad van 29 mei 2000 betreffende insolventieprocedures, Pb EG L 160. Deze Verordening is niet van toepassing in de verhouding met Denemarken dat zich in een Protocol bij het Verdrag van Amsterdam heeft gedistantieerd van EU-besluitvorming die zijn grondslag vond in destijds art. 61 e.v. EG, thans art. 81 VWEU. De Europese regeling van insolventieprocedures zou naadloos moeten aansluiten bij (destijds) het Verdrag van Brussel van 1968 (EEX-Verdrag), waarvoor inmiddels de EEX-Verordening in de plaats is getreden.Rapport-Schlosser (nr. 53): P. Schlosser, Rapport over het Verdrag inzake de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland tot het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken alsmede tot het Protocol betreffende de uitlegging daarvan door het Hof van Justitie (Ondertekend te Luxemburg op 9 oktober 1978), Pb C 59, nr. 53 (p. 89-90). Zie ook: R. Rordorf, ‘Cross Border Insolvency’, International Insolvency Law Review (IILR), 2010, p. 16. De EEX-Vo en de InsVo blijken echter niet zodanig complementair te zijn dat de afbakening volstrekt eenduidig is. Dit zou voor de Europese wetgever aanleiding kunnen zijn om een nadere precisering aan te brengen. Helaas is in het voorstel tot herschikking van de EEX-Vo geen wijziging op dit gebied opgenomen. In een resolutie over de herziening van de EEX-Vo heeft ook het Europees Parlement zich niet uitgelaten over het toepassingsgebied van de EEX-Vo in relatie tot de InsVo.Europees Parlement, Resolutie van het Europees Parlement van 7 september 2010 over de uitvoering en herziening van Verordening (EG) nr. 44/2001 van de Raad betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (2009/2140 (INI)), P7 _TA-PROV(2010)0304 (via: www.europarl.europa.eu). Mogelijke aanpassingen in de afbakening tussen beide verordeningen zullen naar verwachting dan ook pas kunnen plaatsvinden bij de herziening van de InsVo.In 2012 is de Commissie gehouden een verslag over de toepassing van de verordening bij het Europees Parlement, de Raad en het Economisch en Sociaal Comité in te dienen, eventueel vergezeld van wijzigingsvoorstellen (art. 46 InsVo). Deze afbakening is in de afgelopen jaren onderwerp van enige prejudiciële beslissingen van het Hof van Justitie EU (hierna: HvJ) geweest. In het licht van (de discussie over) de komende herziening van de InsVo ga ik in dit artikel in op de vraag in hoeverre deze prejudiciële beslissingen (kunnen) bijdragen aan een nadere definiëring van de grens tussen de toepassingsgebieden van de beide verordeningen. Daartoe beschrijf ik in par. 2 de achtergrond en enkele hoofdlijnen van de InsVo. De specifieke vraagpunten die zijn gerezen in het schemergebied tussen EEX-Vo en InsVo betreffen de kwalificatie van beslissingen die rechtstreeks voortvloeien uit de insolventie, alsmede de rechtsmacht ten aanzien van deze beslissingen. De daarover gewezen arresten van het HvJ komen aan de orde in par. 3 en 4. In par. 5 ga ik nader in op de discussie over de reikwijdte van de rechtsmacht van de rechter van de openingsstaat in relatie tot de kwalificatie van vorderingen. Ik sluit af met een samenvatting en een conclusie.