FBN 2013/59 - De waardering van woningen voor de Successiewet
Aflevering 11, gepubliceerd op 01-11-2013 geschreven door Mr. T.C. HoogwoutSinds de herziening van de Successiewet in 2010 moet de verkrijging van een woning wettelijk, worden gewaardeerd op basis van de WOZ-waarde, die geldt in het jaar van deze verkrijging. Dat is de waardepeildatum per 1 januari voorafgaand aan het jaar van de verkrijging. De laatste jaren dalen de woningprijzen gemiddeld met 6% per jaar, zodat een erfgenaam doorgaans over een hogere waarde van de woning erfbelasting betaalt, dan dat de waarde in het economische verkeer is op het moment van verkrijging. Hierdoor kan volgens Rechtbank Haarlem (2 juli 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BX0869) sprake zijn van een individuele buitensporige last, waardoor de wettelijke bepaling in strijd is met het Eerste Protocol van het EVRM (fair balance). Daarentegen oordeelt Rechtbank Den Haag (20 november 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BY8704 en 14 december 2012, ECLI:NL:RBSGR:2012:BY8894) dat geen sprake is van schending van dit beginsel. Per 2012 is de wet aangepast en mag de verkrijger ook kiezen voor de waardepeildatum per 1 januari van het jaar van de verkrijging. Ondanks deze versoepeling kunnen verkrijgers echter te maken krijgen met een te hoge WOZ-waarde, zodat zij veelal eerst op grond van de Wet Waardering Onroerende Zaken een nieuwe waarde moeten vragen aan de gemeente en eventueel tegen de nieuw af te geven beschikking in bezwaar moeten gaan, alvorens zich te buigen over de aangifte erfbelasting. In dit artikel worden enige formeelrechtelijke aspecten rond de WOZ-beschikking en de aanvraag van een nieuwe beschikking door de verkrijgers besproken. Tevens komen de uitspraken van de Rechtbank Haarlem en Den Haag aan bod.