FBN 2013/24 - WBR + Wet OB: gesplitste gebouwen moeten afzonderlijk worden beoordeeld
Aflevering 4, gepubliceerd op 01-04-2013 Een gebouw is gesplitst in appartementen. Op de begane grond bevindt zich een supermarkt met daarboven vier woonappartementen. X heeft het winkelappartement in eigendom gekregen. Vóór de levering is de winkel ingrijpend verbouwd. Deze verbouwingswerkzaamheden hielden in dat van de winkel het dak (voor zover dit niet de vloer van de wooneenheden vormde), de gevels, de binnenmuren, en een deel van zowel de fundering als de vloer zijn verwijderd. Voor zover de fundering, de vloer en een deel van de zijmuren deel uitmaakten van de stabiliteitsconstructie voor de wooneenheden zijn zij gehandhaafd. Na deze werkzaamheden waren alleen de vier woonappartementen en de daarvoor benodigde draagconstructie nog aanwezig. In de aldus ontstane open ruimte is een nieuwe, kleinere winkel gerealiseerd, die in gebruik is genomen als modezaak. Het overige deel van deze ruimte was op het tijdstip van de levering aan X onbebouwd. Tussen X en de inspecteur is in geschil of X overdrachtsbelasting is verschuldigd. Volgens X is door de verbouwing een vervaardigd goed in de zin van artikel 11.3.b Wet OB voortgebracht zodat de levering van de winkel ingevolge artikel 11.1.a.1 Wet OB was onderworpen aan omzetbelasting met als gevolg dat X ingevolge artikel 15.1.a WBR recht heeft op de vrijstelling van overdrachtsbelasting.