FBN 2019/52 - Afgezonderd particulier vermogen (APV) en de toerekening na het overlijden
Aflevering 10, gepubliceerd op 21-10-2019 geschreven door Hoogwout, T.C.De bezittingen en schulden, evenals de opbrengsten en uitgaven van een afgezonderd particulier vermogen (APV) worden na het overlijden van degene die dat vermogen bij leven heeft afgezonderd voor de schenk-, erf- en inkomstenbelasting toegerekend aan zijn erfgenamen. Deze toerekening vindt naar rato van zijn verkrijging krachtens erfrecht plaats. Hoewel de toerekeningssystematiek na overlijden van de inbrenger nauw aansluit bij het wettelijke of testamentaire erfrecht, is het vermogen dat is ingebracht in een APV in beginsel niet vatbaar voor vererving, omdat dit niet tot de nalatenschap van een erflater behoort. Civielrechtelijk is het erfrecht in beginsel niet van invloed op dit vermogen, maar fiscaal geldt deze invloed door de toerekening onverminderd. Tot op heden heeft de Hoge Raad niet geoordeeld over de vraag of op grond van een dwingendrechtelijke bepaling, zoals in het geval van een beroep op de legitieme portie de legitimaris een aanspraak zou hebben jegens de stichting of trust, waarin de erflater vermogen heeft ingebracht. Hoewel bij stichtingen of trusts sprake kan zijn van fiscale transparantie als een belastingplichtige over het hierin aanwezige vermogen kan beschikken als ware het zijn eigen vermogen, betekent dit echter niet dat in een dergelijke situatie civielrechtelijk het vermogen van de stichting of trust in de nalatenschap van de achterliggende natuurlijke persoon valt. In dit artikel wordt ingegaan op de problematiek van de toerekening na het overlijden van de inbrenger in het licht van recente jurisprudentie.