FTV 2009/30 - Dekt de vlag de lading? Vernieuwde fictiebepalingen in de Successiewet 1956
Aflevering 6, gepubliceerd op 01-06-2009 geschreven door Mr. R.L.M.C. JanssenDe dramatische hoofdrollen in de vernieuwing van de Successiewet 1956 zijn weggelegd voor de bedrijfsopvolgingsregeling en de ‘afgezonderde particuliere vermogens'. Op de achtergrond voltrekt zich een stroomlijning van fictiebepalingen. Volgens de toelichtende stukken gebeurt dit deels om geconstateerde heffingslacunes op te vullen, deels om tekstuele redenen. Op zich geeft dit geen aanleiding tot ongerustheid. Het bestrijden van ‘constructies' was immers aangekondigd als thema van deze operatie. Het terugbrengen van onduidelijkheden in de tekst past vanzelfsprekend in een dergelijke context. Vergelijken we echter de voorgestelde wettekst met de toelichting, dan komt de vraag op of de vlag de lading dekt. In deze bijdrage ga ik in op een aantal te vernieuwen fictiebepalingen en beperk mij hierbij tot art. 8, 10, 11, 13 en 15 (nieuw) SW 1956. Waar ik daartoe aanleiding zie, stel ik de vraag of de voorgestelde regeling uitwerkt zoals werd bedoeld en is toegelicht in het artikelsgewijs commentaar. Niet altijd blijkt dat het geval te zijn en soms lijkt er tekstueel nog bijgeschaafd te moeten worden. Ik sluit af met een beknopte opmerking over het nieuwe art. 7 SW 1956 en een korte conclusie.