HIP 2010, afl. 6 - Art. – Gebruiksverplichting voor de huurder van een bedrijfsruimte
Aflevering 6, gepubliceerd op 01-11-2010 geschreven door Mr. W.A.J. StregelsIn dit artikel wordt ingegaan op twee in 2009 gewezen uitspraken over de gebruiksverplichting van een huurder van bedrijfsruimte, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen een gebruiksverplichting op grond van de wet en een gebruiksverplichting uit overeenkomst. De slotsom is dat in een juridische procedure de omstandigheden van het geval doorslaggevend zijn. Wanneer er een gebruiksverplichting in de overeenkomst is opgenomen, is het aan de huurder om aan te tonen waarom de verhuurder geen rechtens relevant belang bij nakoming daarvan heeft. Is er geen gebruiksverplichting in de overeenkomst opgenomen dan dient de verhuurder aan te tonen dat het door hem te lijden nadeel zo groot is dat op de huurder naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onder de gegeven omstandigheden van het geval een gebruiksverplichting op grond van art. 7:213 BW rust.