Jurisprudentie Grondzaken 2017/97 - Omgevingsvergunning-milieu en limitatieve weigeringsgronden beperkte milieutoets (OBM) [Wabo, Wm, Bor, VWEU, EVRM]
ECLI:NL:RBOBR:2017:5458, datum uitspraak 17-10-2017, publicatiedatum 23-10-2017
Aflevering 6, gepubliceerd op 01-12-2017 met annotatie van Loo, F.M.A. van derVolgens de rechtbank kan verweerder de OBM niet weigeren met een beroep op artikel 191 van het unieverdrag of artikel 8 van het EVRM. In de eerste plaats is niet gebleken van een omwonende die een beroep op artikel 8 van het EVRM heeft gedaan. Voorts is de rechtbank van oordeel dat het niet toelaatbaar is dat verweerder de reikwijdte en werkingssfeer van de in artikel 2.1, eerste lid onder i, van de Wabo via het EVRM eigenhandig uitbreidt, terwijl deze uitbreiding niet kenbaar is voor de adressanten van de verbodsnorm. Tot slot miskent verweerder dat het nationale wettelijk toetsingskader in artikel 5.13b van het Bor juist wel de mogelijkheid biedt om vanwege een mogelijke strijd met het voorzorgsbeginsel, de OBM te weigeren. Namelijk, als verweerder daadwerkelijk vreest dat sprake is van een volksgezondheidsrisico, dan had verweerder moeten besluiten om een milieueffectrapport te laten maken. Risico voor de volksgezondheid is een van de criteria die moeten worden betrokken bij de beantwoording van de vraag of een milieueffectrapport moet worden opgesteld op basis van bijlage III bij richtlijn 2014/52/EU. Hiermee wordt invulling gegeven aan het voorzorgsbeginsel. Dat heeft verweerder echter niet gedaan. De rechtbank stelt vast dat de motivering van het bestreden besluit daarmee innerlijk tegenstrijdig is. De beroepsgrond slaagt. In een GGD advies is aangegeven dat de wijziging van de geitenhouderij kan leiden tot een verhoogd risico op Q-koorts. Een deel van de kritiek van eiser op het GGD advies is terecht. Eiser denkt dat door maatregelen dit risico kan worden beperkt. Deze maatregelen moeten echter wel worden geborgd. Aan een OBM kunnen geen voorschriften worden verbonden. Verweerder kan ook maatwerkvoorschriften stellen op basis van de zorgplicht gericht op het voorkomen van risico’s voor de omgeving op grond van artikel 2.1, tweede lid, onder l, en het vierde lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer. Of verweerder kan, als hij zou hebben besloten dat er wel een milieueffectrapport zou moeten worden opgesteld, vergunningsvoorschriften kunnen opnemen in de daaropvolgende omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid onder e, van de Wabo.