Bezwaarschrift bevat tevens verzoek om mutatiebeschikking: splitsing (Zeist)
ECLI:NL:GHAMS:2000:AA7699, datum uitspraak 22-02-2000, publicatiedatum 04-07-2001
Aflevering 2000, gepubliceerd op 31-12-2000 Bij beschikking van 16 april 1997 is de waarde van de woning naar de waardepeil-atum 1 januari 1995 vastgesteld. De grond waarop de woning is gebouwd is veront-reinigd. Met deze verontreinig is bij de waardevaststelling geen rekening gehouden. Het als bezwaar aangeklede geschrift van de gemachtigde van 25 juni 1998 is volgens zijn verklaring ter zitting bedoeld geweest om de verweerder te bewegen een mutatiebeschikking af te geven. Verweerder heeft dat verzoek als zodanig niet onderkend, doch heeft in zijn uitspraak op bezwaar de waarde van de woning verminderd met Æ’ 30.000. Hof: Verweerder had het geschrift van de gemachtigde moeten splitsen in een bezwaarschrift en een verzoekschrift. Het Hof laat uit overwegingen van proceseconomie verwijzing van het verzoekschrift achterwege. Het Hof is van oordeel dat belanghebbende door de verweerder ten onrechte ontvankelijk is geacht in zijn bezwaar. Het Hof is voorts van oordeel dat, gelet op het verzoek van belanghebbende om een nieuwe waardebeschikking en gelet op de in de uitspraak op bezwaar vermelde toelichting, het geschrift van de verweerder niet alleen een uitspraak op bezwaar behelst, maar tevens moet worden aangemerkt als een voor bezwaar vatbare beschikking in de zin van artikel 25 , eerste lid, van de Wet WOZ. Deze voor bezwaar vatbare beschikking bevat de in artikel 23 , eerste lid, WOZ bedoelde gegevens en treedt in de plaats van de oorspronkelijke beschikking. Belanghebbende had in plaats van een beroepschrift bij het Hof, een bezwaarschrift bij de verweerder tegen de mutatiebeschikking moeten indienen. In zoverre is het Hof niet bevoegd om over deze zaak te oordelen. Daarom zal nu zo spoedig mogelijk een kopie van het als beroep aangeklede geschrift, dat geldt als een bezwaarschrift, worden doorgezonden aan de verweerder ter verdere behandeling. Nu de verweerder bij de bekendmaking van die beschikking ten onrechte geen melding heeft gemaakt dat daartegen bezwaar kan worden gemaakt is ingevolge artikel 6:15 , derde lid, onderdeel a, van de Awb het tijdstip van indiening bij dit Gerechtshof beslissend voor de vraag of het geschrift als bezwaarschrift tijdig is ingediend.