Parkeergarage aan andere zijde van de openbare weg en mede in gebruik van derden is afzonderlijk object (Leeuwarden)
ECLI:NL:HR:2001:AB0971, datum uitspraak 11-04-2001, publicatiedatum 05-03-2002
Aflevering 2001, gepubliceerd op 31-12-2001 Hoofdverblijf / intrekken vestigingsvergunning. De rechtbank kan zich niet verenigen met de wijze waarop het wettelijk begrip hoofdverblijf in A4/7.6.2 Vc-1994 wordt ingevuld, voor zover daar is opgenomen dat bij een onafgebroken verblijf van meer dan negen maanden in een tijdvak van een jaar aangenomen wordt dat de vreemdeling zijn hoofdverblijf elders heeft, ondanks de wil van de vreemdeling. Bij de vraag of het hoofdverblijf verplaatst is komt verweerder geen beoordelingsvrijheid toe, nu het hier gaat om een, uiteindelijk aan de rechter voorbehouden, uitleg van een wettelijk begrip. Bij de uitleg van dit begrip kunnen uiteenlopende feiten en omstandigheden een rol spelen, waaronder de duur van het verblijf in het buitenland. Het voert naar het oordeel van de rechtbank te ver dat verweerder de wil van de vreemdeling - na een verblijf van meer dan negen maanden in het buitenland - van generlei waarde meer acht voor de bepaling of een vreemdeling het hoofdverblijf buiten Nederland heeft geplaatst. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de in A4/7.6.2 Vc-1994 opgenomen regels, hooguit als vuistregels en indicaties toegepast worden. Verweerder heeft dan ook niet met recht eisers wil kunnen uitsluiten bij de beantwoording van de vraag of de enkele omstandigheid dat eiser langer dan negen maanden in Turkije heeft verbleven, de conclusie rechtvaardigt dat eiser zijn hoofdverblijf heeft verplaatst. De rechtbank is evenwel van oordeel dat uit het groot aantal jaren dat eiser gedurende zes maanden of langer in Turkije heeft verbleven, opgemaakt kan worden dat eiser zijn hoofdverblijf niet langer in Nederland heeft. Eiser is er niet in geslaagd het tegendeel aannemelijk te maken. Beroep ongegrond.