JNVR 2012/32 - Over de samenwerking tussen ambtenaar en asielzoeker
Aflevering 4, gepubliceerd op 01-11-2012 geschreven door Reenen, Pieter vanDe lidstaat heeft tot taak om de relevante elementen van het verzoek in samenwerking met de verzoeker te beoordelen. Deze samenwerkingsplicht tussen ambtenaar en asielzoeker, zoals neergelegd in artikel 4 lid 1 van de Definitierichtlijn, raakt de kern van de asielbeoordeling. Het feit dat het diverse discussierondes tijdens de totstandkoming van de Definitierichtlijn (DR) ongeschonden doorstond en ook in de nieuwe DR onveranderd terugkeert, wil echter niet zeggen dat het op alle onderdelen een werkbare instructie is. In de Nederlandse asielpraktijk wordt er slechts sporadisch melding van gemaakt en lijkt de discussie met de jurisprudentie van de ABRvS uit 2007, dat deze plicht niet meer omvat dan het aanleveren van correcties en aanvullingen op de gehoren en een uitwisseling van standpunten tijdens de voornemenprocedure, een zachte dood gestorven. Recentelijk heeft evenwel het Ierse Hooggerechtshof een prejudiciële vraag gesteld aan het Hof van Justitie in Luxemburg, waar A-G Bot inmiddels een conclusie in uitgebracht heeft. De vraag raakt weliswaar slechts één element van de samenwerkingsplicht, maar de A-G vat zijn taak breed op, wat interessante gezichtspunten oplevert, ook voor de Nederlandse asielprocedure. Dit artikel wil een oriëntatie bieden op de betekenis van de samenwerkingsplicht van artikel 4 lid 1 DR en hoe deze zich verhoudt tot de theorie van de Nederlandse wet- en regelgeving.