JNVR 2014/4 - Burgerschap van Europa. Vier jaar radiostilte rondom Rottmann
Aflevering 1, gepubliceerd op 01-03-2014 geschreven door Arend van RosmalenDeze bijdrage plaatst enkele kritische kanttekeningen bij de wijze waarop Rottmann in Nederland is ontvangen. Daartoe worden eerst de feiten en de relevante overwegingen uit het arrest Rottmann geschetst, en, in algemene termen, zijn receptie in Nederland. Dan wordt stilgestaan bij twee vragen die in Nederland naar aanleiding van het arrest zijn gerezen: welke rol is na Rottmann nog weggelegd voor de leer van de volledig interne situatie in het Nederlandse nationaliteitsrecht? En: mag Nederland, na Rottmann, door het maken van een onderscheid tussen ‘intrekken’, ‘vervallen verklaren’ ‘verkrijgen’ en ‘verlenen’ van het Nederlanderschap, zelf bepalen in welk van die gevallen het Europese evenredigheidsbeginsel – en mogelijk zelfs andere fundamentele beginselen – wel of niet van toepassing zijn? Betoogd wordt dat de eis van een coherent nationaliteitsrecht in de eerste plaats veronderstelt dat intrekking van de Nederlandse nationaliteit in alle gevallen onder gelijke voorwaarden moet plaatsvinden en dat er daarom principieel geen ruimte meer is voor de doctrine van de volledig interne situatie. Tegelijk verlangt een coherente wetstoepassing dat het Europese recht in gelijke mate van toepassing is op alle handelingen van lidstaten waarbij het Europese burgerschap wordt verleend, vastgesteld, ingetrokken of vervallen verklaard. De Nederlandse rechtspraak zelf toont aan hoe arbitrair een onderscheid hiertussen zou zijn, en bovendien zou dit het toepassingsbereik van een belangrijk deel van het Europese recht ter vrije bepaling van de nationale wetgever maken, wat in Europeesrechtelijke zin onaanvaardbaar is. Tot slot wordt stilgestaan bij mogelijke andere Europeesrechtelijke beginselen die, net als het evenredigheidsbeginsel, van toepassing kunnen zijn, met name het loyaliteitsbeginsel. Uiteindelijk is een inhoudelijk wellicht terughoudend maar qua toepassingsbereik hoe dan ook wel volledig dekkend Europeesrechtelijk toetsingskader te verkiezen boven een situatie van arbitrair gescheiden stukjes toepasselijkheid van Europees recht en een volstrekt ongelimiteerde bevoegdheid van de lidstaten tot vaststelling van de voorwaarden voor het verlies of het ontstaan van het gedeelde Europese burgerschap.