TAP 2009, afl. 5 - Sign. - Onrechtmatige daad wegens indienstneming van drie personen en het behalen van voordeel uit overtreding van hun relatiebeding
Aflevering 5, gepubliceerd op 01-07-2009 In dit geschil vordert AVS een verklaring voor recht dat Accon, door drie rentmeesters in dienst te nemen en voordeel te behalen uit hun overtreding van hun relatiebeding, een onrechtmatige daad heeft gepleegd ten opzichte van AVS, alsmede veroordeling van Accon tot betaling van een schadevergoeding.Volgens vaste rechtspraak van de Hoge Raad is het handelen met iemand terwijl men weet dat deze door dat handelen een door hem met een derde gesloten overeenkomst schendt, op zichzelf jegens die derde nog niet onrechtmatig. Van onrechtmatigheid is pas sprake, als de aangesproken partij weet of behoort te weten dat zijn wederpartij door het sluiten van de desbetreffende overeenkomst wanprestatie pleegt jegens een derde, en bovendien sprake is van bijkomende omstandigheden (o.a. HR 17 mei 1985, NJ 1986, 760). In dit geval zijn zowel de vereiste wetenschap als voldoende relevante bijkomende omstandigheden aanwezig om tot het oordeel te komen dat Accon jegens AVS onrechtmatig heeft gehandeld door de drie rentmeesters in dienst te nemen.De betwisting van AVS dat zij de bedoelde wetenschap had, wordt door de rechtbank verworpen. AVS wijst immers terecht op de omstandigheid dat Accon de juridische en arbeidszaken voor haar regelde en zelf, in opdracht van AVS, de onderhavige arbeidsovereenkomsten inclusief het relatiebeding heeft geredigeerd. Het verweer van Accon dat het (door haar zelf geredigeerde) relatiebeding voor verschillende uitleg vatbaar is, is moeilijk te rijmen met voorgaand verweer dat zij niet bekend was met het bestaan van het beding. Accon had hieromtrent onderzoeksplicht, in de zin dat zij bij de rentmeesters hadden moeten navragen of zij gebonden waren aan het beding en had bij twijfel navraag kunnen doen bij AVS. De bijkomende omstandigheden, die het in dienst nemen van de rentmeesters onrechtmatig maken jegens AVS, zijn vooral gelegen in de nauwe relatie tussen beide werkgevers. Accon betwist voorts de gestelde omvang van de schade. AVS wordt hieromtrent in de gelegenheid gesteld om de door haar geleden schade nader te specificeren en met schriftelijk bewijsmateriaal te onderbouwen. (Rb. Arnhem 8 april 2009, LJN BI1781)