TAP 2010, afl. 6 - Sign. - Gezien de bij aanvang van het dienstverband bij werkneemster reeds aanwezige expertise en het beperkte rechtsgebied waarop zij zich als advocaat-stagiaire heeft begeven...
Aflevering 6, gepubliceerd op 01-09-2010 Gezien de bij aanvang van het dienstverband bij werkneemster reeds aanwezige expertise en het beperkte rechtsgebied waarop zij zich als advocaat-stagiaire heeft begeven, is het in strijd met de eisen van goed werkgeverschap om de opleidingskosten ten laste van werkneemster te brengen Gedaagde is van 1 september 2004 tot en met 31 oktober 2006 in dienst geweest van eiseres als advocaat-stagiaire. In de arbeidsovereenkomst die voor onbepaalde tijd is aangegaan, is in art. 17 bepaald dat in geval van tussentijdse beëindiging van de stageovereenkomst, door bijvoorbeeld opzegging door werknemer, alle door werkgever gemaakte en nog te maken kosten verband houdende met de beroepsopleiding van werknemer als stagiaire, volledig voor rekening van werknemer zullen komen. In het periodieke stageverslag van 5 oktober 2005 heeft gedaagde haar algemene indruk van de stage als positief omschreven. Op 27 juli 2006 heeft gedaagde zich bij eiseres ziek gemeld en heeft de arboarts eiseres op 16 augustus 2006 bericht dat gedaagde was uitgevallen met ‘werkgerelateerde overspanningsklachten’. Op 25 september 2006 heeft gedaagde de arbeidsovereenkomst met eiseres opgezegd, tegen 31 oktober 2006. Vanaf 1 november 2006 is gedaagde elders als zelfstandig advocaat werkzaam. Eiseres vordert dat wordt vastgesteld dat gedaagde de arbeidsovereenkomst tegen 31 oktober 2006 heeft opgezegd en in gebreke is de kosten van de beroepsopleiding te voldoen. Eiseres legt aan haar vordering ten grondslag dat gedaagde op grond van het bepaalde in art. 17 van de arbeidsovereenkomst gehouden is aan haar de kosten van de beroepsopleiding te voldoen, nu zij de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd voordat haar stage was geëindigd. Waar gedaagde allereerst heeft betoogd dat eiseres zich in redelijkheid niet op het studiekostenbeding kan beroepen omdat zij zich door toedoen van eiseres genoopt heeft gezien de arbeidsovereenkomst voortijdig te beëindigen, volgt de kantonrechter haar in dat standpunt niet. Gedaagde heeft voorts betoogd dat eiseres zich niet op art. 17 van de arbeidsovereenkomst mag beroepen, omdat dit gezien de hoogte van haar loon, in verhouding tot haar omzet, in strijd is met de redelijkheid en billijkheid. De kantonrechter begrijpt haar standpunt aldus, dat het vanwege haar elders opgebouwde deskundigheid op het gebied van het vreemdelingenrecht, waardoor zij ook als stagiaire al direct in staat was een groot aantal toevoegingszaken af te wikkelen en een behoorlijke omzet te maken, niet aanvaardbaar is om de kosten van de beroepsopleiding voor haar rekening te laten komen. Dit verweer slaagt. Onder deze, door eiseres onvoldoende betwiste, omstandigheden is het in strijd met de eisen van goed werkgeverschap, en daarmee naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar, om de kosten van de beroepsopleiding voor advocaten, zijnde een functiegerichte opleiding die gedaagde moest volgen om de bedongen arbeid te kunnen verrichten, ten laste van gedaagde te brengen. Gezien haar bij aanvang van het dienstverband reeds aanwezige expertise en het beperkte rechtsgebied waarop gedaagde zich als advocaat-stagiaire veelal heeft begeven, was het voornamelijk in het belang van eiseres dat zij de beroepsopleiding volgde, en valt daarom de verplichting tot het volgen van die opleiding in de risicosfeer van eiseres. De daaraan verbonden kosten komen daarom voor haar rekening.