TAP 2011, afl. 7 - Sign. - Leger des Heils mag vrouw afwijzen voor functie facilitair coördinator, omdat zij niet de christelijke geloofsovertuiging heeft
Aflevering 7, gepubliceerd op 01-10-2011 Het Leger des Heils heeft verzoekster afgewezen voor de functie van facilitair coördinator omdat zij niet de christelijke geloofsovertuiging heeft. Daarmee maakt zij volgens de CGB direct onderscheid op grond van godsdienst. Ingevolge art. 5, tweede lid, onderdeel a, AWGB komt instellingen op godsdienstige of levensbeschouwelijke grondslag evenwel de vrijheid toe om eisen te stellen, die gelet op het doel van de instelling nodig zijn voor de vervulling van een functie. Of verweerster met recht een beroep kan doen op deze wettelijke uitzonderingsbepaling dient te worden beoordeeld aan de hand van: 1. de grondslag van de instelling; 2. de consistentie van het gevoerde beleid ter handhaving van de identiteit; 3. de noodzaak (van het stellen) van de onderscheidmakende functie-eisen; en 4. het antwoord op de vraag of deze eisen leiden tot onderscheid op grond van het enkele feit van politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat. De christelijke grondslag van verweerster blijkt genoegzaam uit haar statuten en de Nota Identiteit. De in het geding zijnde functie-eisen, te weten: het hebben van de christelijke geloofsovertuiging en het onderschrijven van de doelstelling van verweerster, zijn neergelegd in verschillende (interne) documenten en gelden voor alle werknemers. Tijdens het eerste selectiegesprek wordt uitgebreid ingegaan op deze vereisten en alle werknemers wordt gevraagd een verklaring te ondertekenen waarmee zij de doelstelling van verweerster onderschrijven. De CGB stelt vast dat verweerster een vast beleid voert ter handhaving van haar identiteit en dat dit beleid berust op haar christelijke grondslag en haar doel. Verder is het geloof verweven met de hele instelling van verweerster. Dit geldt voor contacten met cliënten, collega's en externen. In de doelstelling van verweerster is vervat dat het evangelie op elke daartoe geschikte plaats, tijd en wijze, met name de daarin vervatte oproep tot bekering, in woord en daad wordt uitgedragen. Hierin is geen functionele beperking te vinden, in die zin dat alleen bepaalde medewerkers, zoals degenen die met cliënten werken of een spilfunctie bekleden, het bereiken van dit doel mogelijk zouden maken. Hiermee staat de noodzaak van het gemaakte onderscheid vast. Gesteld noch gebleken is ten slotte dat de functie-eisen leiden tot onderscheid op grond van het enkele feit van politieke gezindheid, ras, geslacht, nationaliteit, hetero- of homoseksuele gerichtheid of burgerlijke staat.