TOP 2009, afl. 3 - Sign. - Themanummer medezeggenschap
Aflevering 3, gepubliceerd op 01-05-2009 In dit themanummer wordt door een viertal auteurs op verschillende aspecten van medezeggenschap ingegaan. Witteveen bespreekt de medezeggenschap in Europese rechtsvormen. Daarbij behandelt hij drie thema’s. Als eerste gaat hij in op de ingewikkelde rechtspersonenrechtelijke medezeggenschapsregels voor de Europese vennootschap en de Europese coöperatieve vennootschap. Dan gaat hij in op de rechtspersonenrechtelijke medezeggenschap bij de grensoverschrijdende fusie. Ten slotte geeft hij een uiteenzetting over de voorstellen van Europese Commissie en het Europees Parlement tot herziening van de Richtlijn voor de Europese ondernemingsraad (‘Medezeggenschap en Europese rechtsvormen’, Ondernemingsrecht 2009, 32, mr. P.A.M. Witteveen). Van het Kaar bespreekt de medezeggenschap in internationale holdings. Deze zijn vrijgesteld van de belangrijkste Nederlandse medezeggenschapregels. De SER is verdeeld over de vraag of dit moet worden aangepast. De schrijver bespreekt zowel de Nederlandse regels en discussie op dit punt als de regels en discussie in onder meer Zweden en Duitsland. Het draagvlak voor aanpassing lijkt in Nederland vooralsnog te ontbreken. De route naar een meer internationale medezeggenschap bij internationale holdings zal ook via Brussel moeten lopen (‘Medezeggenschap en internationale holdings’, Ondernemingsrecht 2009, 33, dr. R.H. van het Kaar). Holtzer bespreekt de verhouding van het Nederlandse medezeggenschapsrecht tot het Europese vrije verkeer. Hij bespreekt de arresten Viking en Laval en vraagt zich of het Nederlandse stelsel van medezeggenschapsrechten zich wel verhoudt tot de jurisprudentie van het Hof van Justitie over het vrije verkeer. Daarbij gaat hij in op de arbeidsrechtelijke medezeggenschap en de vennootschapsrechtelijke medezeggenschap (‘De verhouding van het Nederlandse medezeggenschaps-, collectieve- en actierecht tot het Europese vrije verkeer’, Ondernemingsrecht 2009, 34, mr. M. Holtzer). Verburgh en Timmerman gaan ten slotte in op de positie van het Nederlandse enquêterecht in een internationaliserend vennootschapsrecht. De schrijvers betogen dat een aantal bijzondere kenmerken van het enquêterecht, zoals de flexibiliteit, in combinatie met de snelheid, deskundigheid en oplossingsgerichtheid van de Ondernemingskamer, sterke punten zijn in de concurrentiestrijd in het internationale vennootschapsrecht. Ook betogen zij dat de Nederlandse wetgever het enquêterecht in een verlichte vorm, zonder definitieve voorzieningen, op buitenlandse vennootschappen met vrijwel alleen activiteiten in Nederland van toepassing verklaart (‘Het Nederlandse enquêterecht in een internationaliserend vennootschapsrecht’, Ondernemingsrecht 2009, 35, mr. M.A. Verburgh en prof. mr. L. Timmerman). Jurisprudentie (Ondernemingsrecht 2009-3)